• 8 november

    'O, als ik dood zal, dood zal zijn
    kom dan en fluister, fluister iets liefs,
    mijn bleke ogen zal ik opslaan
    en ik zal niet verwonderd zijn.

    En ik zal niet verwonderd zijn;
    in deze liefde zal de dood
    alleen een slapen, slapen gerust
    een wachten op u, een wachten zijn.'

    J.H. Leopold
    Verzameld werk, Brusse, Rotterdam / Van Oorschot, Amsterdam 1951-1952
    november 8, 2025


  • 7 november

    November

    Het is de oostenwind niet, en niet de regen
    En niet die hagelbui ook al zit je daar tussen in
    Het is niet het bladerafval in de stegen
    Het korten van de dagen net zo min

    Het is het kalen van de bomen niet –
    daar kan je tegen
    Ook de koude laat je koud in zekere zin
    Je leert je voeten een keer extra vegen
    En je verliezen te bezien als licht gewin

    Maar het is het besef na al die jaren
    Dat nog die blinde gloed niet is getemd
    Van het hart dat wild niet te bedaren
    Steeds luider klopt in zijn steeds ruimer hemd

    Zo raak je elke herfst somber gestemder
    Dat maakt november ieder najaar meer november

    Huub van der Lubbe

    Gevonden op: https://www.dedijk.nl/

    november 7, 2025


  • 6 november

    hier komt de poëzie

    als je haar begint te schateren, als je blauwhuis zacht voelt naderen
    als je plots dit vers verstaat, naar buiten gaat, waar alles slaapt
    behalve de tuinman, die je bloemen vrolijk platspuit met zijn slang
    als je paukenhart zich stilhoudt, als je lichaam langzaam afgaat
    als de hele wereld dwerrelt – dan begint de poëzie.

    als de zon opkomt als een insect en niets dan duizendpoten uitstrekt
    als je schreeuwt uit zeven kelen, rondwandelt in brood
    als je mensentaal moet bakken van de dood, pap vreet van oude peppels
    als de oerknal tegenvalt, en ook je almacht doet het niet
    als je pantserschild ineenstuikt – dan begint de poëzie.

    dan vind je wrakhout, troost noch tweede kans
    dan helpt er niets – hier zijn geen kolibrietjes uit te delen
    niemand zal je leren drijven en er is geen lief dat blijft
    er is alleen maar poëzie: om te loeien dat het pijn doet
    deze heimwee stuk te knijpen, leeg te lopen zonder bloed.–

    ik ken een struik van poëzie, een veilig brandend braambos
    om in weg te schuilen en ons allebei steeds verder
    om de tuin te leiden. kom, ik zal je goed verwijderen.
    wij horen hier niet, maar ik heb wanhoop en papier.
    waar niemand ooit nog thuiskomt, daar begint de poëzie.

    Ramsey Nasr
    Uit: Nasr Compacter, De Bezige Bij, 2021

    november 6, 2025


  • 5 november

    Mango's
    Quickstep, slowstep, de stad licht op in klinkende muntjes,
    doet haar lampen aan. Zestien fruitkistjes
    heeft men buiten staan,
    groentejongens rennen af en aan
    met mango's;
    lichtgeprijsde, Argentijnse mango's
    van het kwikstaartjesmerk
    dat de mond doet tuiten, fluiten
    van een cent. Blozende,
    van ver vervoerde, feel-good
    mango's;
    in mango's steekt
    een happy end.

    Paul Janssen

    Uit: Instructies voor een ober
    Uitgeverij Holland, Amsterdam 2004.

    november 5, 2025


  • 4 november

    Belasting
    Rondom het huis de vleugelslag van gieren,
    er zit er zelfs een grijnzend op het hek
    te kijken hoe ik in dit stil vertrek
    belaagd wordt door belastingformulieren

    Van alles kan een mens worden verlost,
    relatieleed en aanverwante kwalen,
    maar valt men in de handen der fiscalen
    dan rest alleen een kleine aftrekpost

    Ik steek mijn hoofd behoedzaam door de strop,
    ik heb het zelf verdiend, ik geef het op

    Ton Peters
    In: De Tweede Ronde, G.A. van Oorschot, Amsterdam 2004
    november 4, 2025


  • 3 november

    De olifant

    Hij stapt behoedzaam en ziet grijs van zorgen
    dat hij geen muis of mier of mens vertrapt.
    De rafelige oren vaal gelapt,
    een slurf hangt uit, het slimme oog verborgen.

    Als zak van Sinterklaas zou hij voldoen,
    met in het rommelige vel cadeaus
    zoals entreekaartjes voor circusshows,
    veel pinda’s, boekensteunen, een klaroen.

    Ik weet waarom ik hem zo mild benader.
    Hij draagt me naar mijn jeugd terug toen vader
    bij ’t olifantenperk dit vers begon:

    Nu zal ik u iets wondermoois verhalen:
    Heer olifant gaat aan het koffiemalen.
    Hij deed het nooit, maar ‘k wist dat hij het kon.

    Patty Scholten
    Uit: Het dagjesdier
    Atlas-Contact, Amsterdam 1995
    november 3, 2025


  • 2 november

    Tuinpad

    De paden op! Welja, dat ene pad
    dat heel de tuin bestrijkt: het rondje
    binnendoor. Diagonale bielzen
    hogen hier en daar wat op. En dat is dat.

    Wat heb je met me voor dat wij hier gaan?
    Een achtertuin van zes bij acht, een spoor
    van slakken, minder dan een blokje om.

    Jij zegt: ‘Dit is het binnenpad.’ Volstaat
    het schijnbaar vierkant van een streepje grond
    of zoek je van de cirkel het kwadraat?

    Eens ging de ondergang met paard en kar
    de wereld rond; dat hebben we gehad.
    Nu blijf ik vlak bij huis, en noem je schat.

    Dit is het. Naar bielzen draait het pad
    licht omhoog. Daar blijft de zon wat langer
    voor hij ondergaat. Ik heb je lief, zo lief.
    In ’t groen draagt dit de waarde van een daad.

    Ad Zuiderent
    Uit: Natuurlijk evenwicht
    De Arbeiderspers, Amsterdam 1984
    november 2, 2025


  • 1 november

    Als november is gekomen
    En de regentijd breekt aan,
    Als de bomen in de laan,
    - Ach, de bladerloze bomen! -

    Om de glorie, hun ontnomen,
    In de mist te schreien staan,
    Als november is gekomen,
    En de takken traan op traan

    Op de vochte grond doen stromen,
    Waar de bladerkens vergaan
    Na hun goude' oktoberdromen
    En hun korte vrijheidswaan -
    Als november is gekomen ...

    Jacqueline van der Waals
    Uit: Laatste verzen,
    De Waelburgh, Blaricum 1923

    november 1, 2025


  • 31 oktober

    Het gele licht van Jan van Goyen

    Het gele licht van Jan van Goyen
    straalt laag over de duinen,
    van de opstanding der doden
    tot de aanvaring der tijden.

    De bast van kale zilverberken
    glinstert als met goud beslagen
    en de namen op de zerken
    wordt weer adem ingeblazen.

    Van een ruit spat fel de zon
    die in de wolken zakt.

    Een gasvlam bij de Hoogovens
    slaat over in het dikke hart.

    Dan, uit het dolhuis van de nacht,
    kwakt Malevitch zijn Zwart Vlak.

    Pieter Boskma
    Uit: Het zingende doek & de geheime gedichten
    Prometheus, Amsterdam 1999
    oktober 31, 2025


  • 30 oktober

    Zondagskind
    Anderen knippen met hun vingers, zie:
    Er valt vanzelf een wonder uit hun hand.
    Ik zwoeg gestaag, verbrand mijn energie,
    Maar wat ik opdelf is wat grint en zand.

    Anderen eten graag, ik kauw met pijn.
    Fazant! en ik verslik me in een luis.
    De hele kosmos smaakt ze zoet, op mijn
    Verhemelte proef ik slechts as en gruis.

    Anderen hebben ritme, ik loop mank.
    Ze ademen, mijn hals hangt in een strop.
    Ze geuren, ik verspreid een helse stank.
    Toch kan ik mijn geluk bijna niet op.

    Gerrit Komrij
    Uit: De os op de klokkentoren
    De Arbeiderspers, Amsterdam 1982
    oktober 30, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress