18 november 2025
Verjaardag van Lia en Berthold
Romance
Het laatste woord trok op zoek
naar het voorlaatste en vond het niet.
Toen trok het laatste woord op zoek
naar het eerste dat net
naar het laatste onderweg was.
Het eerste en het laatste woord
trokken zwijgend verder, arm in arm.
Zij waren eenzaam, misten iets, maar wat?
Waren verliefd, maar wisten niet op wat.
Alle woorden die tussen hen kwamen?
Een verhaal? Ja. Ja, dat.
Luuk Gruwez
Uit: Bandeloze gedichten
Arbeiderspers, Amsterdam 1990
-
-
17 november
Bezit
Waar ik mijn hart aan heb verpand
in mijn verspild verleden,
het ging voorbij, het hield geen stand,
het is als zand vergleden.
Ik heb mij steeds het meest gehecht
aan sterfelijke zaken,
aan dingen die ik nimmer echt
tot mijn bezit kon maken.
Maar alles wat zo dierbaar was
dat ik het heb verloren,
is mij sinds ik het kwijt ben pas
voorgoed gaan toebehoren.
Jean Pierre Rawie
In: Tijdschrift De tweede ronde
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1989
-
16 november
Graf te Blauwhuis
Hij rende weg, maar ontkwam niet,
en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.
Een strijdbaar opschrift roept van alles,
maar uit een bruin geëmailleerd portret
kijkt een bedrukt en stil gezicht.
Een kind nog. Dag lieve jongen.
Gij, die koning zijt, dit en dat, wat niet al,
ja ja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?
Gerard Reve
Uit: Nader tot U,
Van Oorschot, Amsterdam 1966
-
15 november
Whisky
Als ik thuiskom schenk ik een waterglas vol whisky in.
Dat geeft niet, het is goedkope whisky. En een man
moet zich ontspannen, na zo’n ziekenhuisdag. Ik ga aan
de keukentafel zitten, naast het aquarium. Er zwemt nog
één vis in. Sinds ik het aquarium heb verschoond, dat
wil
zeggen, het filter van nieuwe koolstof heb voorzien,
zijn
de overige vier vissen een voor een gestorven. De
middelgrote vissen eerst, tenslotte de kleinste vis, nu is
alleen de grootste over. Hij komt naar me toe zwemmen.
Ik laat een vinger in het water zakken. ‘Hier, mijn
vinger,’ mompel ik: ‘Je nieuwe vriend.’ De vis aarzelt.
Met mijn andere hand schenk ik nog maar eens in. Daar
zit ik aan mijn tafel, een man met een glas in zijn hand
en zijn vinger in een aquarium. Zorgen, zorgen, zorgen.
F. Starik
Gevonden op: Tzum.info
-
14 november
Nachtwacht
De kap buigt koud over beton
En tijd hangt ingeblikt in klokken
Verkrampt bewegend soms met schokken;
Dit barre eiland heet station
Achter een zwarte horizon
Zijn alle treinen nu vertrokken
Ofwel ze liggen tegen blokken
Hier languit naast een leeg perron.
Geen mens te zien. Het lijkt verdomd
Of nooit meer iemand komen zal
Nu ook het licht dooft in de hal
En alle leven hier verstomt.
Ik wacht op niets en niemandal:
Er is geen kijk op dat ze komt.
Driek van Wissen
Gevonden op: https://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/148851.html?browse=categorie
-
13 november
Begrafenisblues
Zet stil die klokken. Telefoon eruit.
Verbied de honden hun banaal geluid.
Sluit de piano's, roep met stille trom
de laatste tocht van deze dode om.
Laat een klein vliegtuig boven 't avondrood
de witte boodschap krassen: Hij is Dood.
Doe crêpepapier om elke duivenkraag
en hul de landmacht in het zwart, vandaag.
Hij was mijn Noord, mijn Zuid, mijn West en Oost,
hij was al mijn verdriet en al mijn troost,
mijn nacht, mijn middag, mijn gesprek, mijn lied,
voor altijd, dacht ik. Maar zo was het niet.
Laat in de sterren kortsluiting ontstaan,
maak ook de zon onklaar. Begraaf de maan.
Giet leeg die oceaan en kap het woud:
niets deugt meer, nu hij niet meer van mij houdt.
WH Auden
In de vertaling van Willem Wilmink
Uit: 'Vertel me de waarheid over liefde',
Bert Bakker, Amsterdam 1995.
-
12 november
Landelijke liefde
Twee paarden bij een hek, terwijl het avond wordt.
De zware koppen naast elkaar, de schouders elkaar strelend,
een liefde even smekend als bevelend,
in een tevreden stilstand uitgestort.
Zo te beminnen met een lange hals vol manen,
een brede borst die op voorpoten rust,
terwijl het hele lichaam kust en wordt gekust
en 't zonlicht valt in een geluk vol tranen.
Adriaan Morriën
Uit: 'Oogappel'
De Bezige Bij, Amsterdam 1986.
-
11 november
l'envoi
ik wil een ander leven
waarin ik onbevangen aanraak
en me blijf inzetten
ik heb genoeg van mijn tekortschietende handen
mijn zwatelende brein en snedige tong wil ik niet meer
ik ben moegeswitcht van:
hoe blijf je jong naar hoe blijf je levendig
van hoe blijf je levendig naar hoe heb je lief
van hoe heb je lief naar hoe heb je onbaatzuchtig lief
ik ben het zat een leven lang
een ander leven te willen
Antjie Krog
Uit: 'Waar ik jou word', Podium, Amsterdam 2017
-
10 november
Honderdjarige
soms wordt één
van zijn dochters
midden in de nacht wakker
als hij hongerig meedeelt
‘soep met ballen
dat zou me wel bevallen’
Jules Deelder
Moderne gedichten,
De Bezige Bij, Amsterdam 1981
-
9 november
Psalm 65 : 6
Gij geeft, dat d' uitgang van den morgen
En van den avond juicht,
En dat men U voor al Uw zorgen
Ootmoedig dank betuigt.
Het land bezoekt Gij met Uw zegen,
En, door U droog gemaakt,
Verrijkt Gij 't grootlijks weer met regen,
Die tot den wortel raakt.
