8 september
De fazant
Waar onverwacht het pad zich buigt
stond op een klein vak open land
tusschen de bosschen en het ruigt
in 't klare herfstlicht de fazant.
Geruischloos knielde ik op den grond,
mijn hand zocht waar de kijker hing, -
en nader schoof de held're ring
tot scherp het beeld geteekend stond.
Goudbruin, waarlangs in ademing
verdoffe' en gloeien rusteloos vloog, -
de staart die vleugen purper ving,
de kop met het juweelenoog.
En toen ik fel en feller zocht,
wist ik dat in dit klein stuk glas
de afgebeden lusthof was,
die voortaan ik betreden mocht.
Ida Gerhardt
Uit: Het veerhuis, Mees
Uitgeverij Mees/Wereldbibiotheek, Santpoort-Amsterdam, 1946
Geef een reactie