4 juli


4 juli

Soms zomeravonds, als ik 't oude huis
Vol schem'ring, zonder menschen, binnenkom -
Ik luister en ik weet niet recht, waarom -
'K ga naar mijn kamer. - 'K hoor nog net een muis. -
Uit groenig zwarte boomen waait geruisch
Door 't open raam. - 'K beweeg mijn oogen: glom
Daar iets? - Een plaat. - Wonderlijk stil rondom
De meubels. - 'K hoor in de ooren 't bloedgesuis. -
'T lijkt ver en vreemd. - Ik denk niet: ‘Is hier iets?’
Ik weet wel beter: haast me opzett'lijk niets,
Maak licht, ga zitten, neem een boek, en lees.
En even kijk ik, even, weg van 't boek -
Was dat de muis niet? - naar een donk're hoek. -
Dat was de voortijd en zijn spokenvrees.

J.A. Dèr Mouw
UIt: Brahman. Deel 1. W. Versluys, Amsterdam 1919

Published by


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *