28 februari
Dubbeldruk
De vorm van je gezicht
is ook het kijken ernaar
alsof het er door m'n
blik even dubbel is.
Ik wil het eerst voor
me houden en toch zeg
ik het. De kat golft
langs je benen. Ineens
trek je heel vlug het
linnen van tafel en pas
dan zeg ik dat ook de
sluier van je gezicht is,
je wangen zijn naakt, je
voorhoofd, je mond, niet
je oren, die zitten onder
je haar. Je bergt het
linnen op en nu zeg je
zelf iets. Ik versta het
niet. ‘Hè?’ vraag ik.
‘Ik heb het tegen de kat.’
K. Schippers
Uit: Tellen en wegen, Querido, Amsterdam, 2011
Geef een reactie