29 augustus
Berlijn
De morgenlucht is een bezoedeld kleed
een bladzij met een ezelsoor
een vlek
de stad
een half ontverfde vrouw
maar schokkend steigert zij den hemel in
als een blauw paard van Marc in 't luchtgareel
Berlijn
de zon is geel
H. Marsman
Uit: Verzamelde gedichten, Querido, Amsterdam 1941
-
-
28 augustus
Een vogel floot en deze stoorde
Stilte met zijn ongehoorde
Tintelende fluit.
Die vogel floot voor zich alleen
Uit hart en keel ten hemel heen
Zijn hoog geluid.
Een vogel kent geen roem of loon,
IJdelheid niet. Dus fluit hij schoon
Uit eigen lust.
Als vogels zó fluit ik, een dichter,
Maak het duister leven lichter,
Rusteloos hart gerust.
Jacob Israel de Haan
Uit: Verzamelde gedichten, Van Oorschot, Amsterdam 1952
-
27 augustus
Wat men gemakshalve
het leven noemt, is niet
al te vriendelijk met me omgesprongen.
Het maakte me tot wie ik werd,
iemand die wordt opgemerkt,
en daarna over het hoofd gezien,
omarmd en dan weer losgelaten.
Maar onvriendelijk was het ook niet.
Het liet me wolken zien en
sterrenhemels, bomen en water,
vlammende ramen in de avondzon,
de maan maagdelijk blozend
achter het traliewerk van een gashouder.
Het liet me treinen horen in de avond,
zingende merels en het drukke
tsjilpen van de kleine ontroerende
parmantige mussen.
Hanny Michaelis
Uit: Verzameld gedichten, Van Oorschot, Amsterdam 2011
-
26 augustus
Donkere wateren
Donkre wateren drijven
Langs goudgele zoomen,
Donkre wateren zwijgend blijven
Stil staan als in droomen.
Witte zwanen zwemmen
Langs de ontblaârde lanen,
Gele en roode bladeren zwemmen
langs de witte zwanen.
Donkre schuiten varen,
Alles duistert buiten,
Langs de zwanen door de blaren
Varen donkre schuiten …
Zwarte wateren drijven
Langs goud-gele zoomen.
Op den kant staan oude Boomen
Die daar altijd blijven.
Frans Bastiaanse
Uit: Natuur en leven, Van Looy, Amsterdam 1900
-
25 augustus
De zwaan
Langzaam glijd ik tusschen andre zwanen
altijd om hetzelfde eiland heen,
maar meest zit ik boven halfvergane
planten, in het oeverriet, alleen.
Wreede dingen teisteren het eiland:
broedermoord en twist en handgemeen;
soms duikt het gerucht op van een heiland,
maar de wolven huilen als voorheen.
Achter de gevangenenverblijven
breek ik, als de maan schijnt, uit het riet,
en ik laat mij naar een plek toedrijven,
waar men niets meer van de wereld ziet,
en dan lees ik wat de sterren schrijven,
en dan schrijf ik wat mijn ziel gebiedt.
Ed Hoornik
In: De Gids, P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam 1948
-
24 augustus
Wandeling zonder maan
De grote mensen zijn naar bed gegaan.
Mijn lieve kind, wij zouden kunnen lopen
om 't huis, door 't donker, maar het hek staat open,
de straat op, onder een lantaren blijven staan.
Wij zouden kunnen zoeken naar de maan,
die als een spelbreker opeens is weggekropen.
Dit licht volstaat? maar 't trekt muskieten aan!
Kom mee, een voorraad caramellen kopen.
Een grote voorraad, groot voor wel twee uren.
't Is lang, twee uren, kind. Zou ooit wel duren
een vreugde langer? 'k Stel de vraag met pijn.
Dit zoete smelten op de tong moet sussen
de brand van onze lippen, want wij zijn te klein,
nietwaar, kind? om elkaar, twee uren door, te kussen.
E. du Perron
Uit: Verzameld werk. Van Oorschot, Amsterdam 1955
-
23 augustus
De oude hond
Geen enkel nut.
Ons roepen glijdt langs hem heen.
Zijn ogen, elk omfloerst
met cataract,
kijken omhoog
naar de slinkse donderslagen
die zijn dagen overbruggen.
Het huisraad,
merkt hij,
is nog voorspelbaar;
de mensen waren het nooit.
Onvermijdelijk
struikelen we over hem.
We verwensen hem en houden hem.
Alasdair Maclean
Vertaald door Nini Brunt
In: De Tweede Ronde, Bert Bakker, Amsterdam 1981
-
22 augustus
Die bitter
Die bitter de morgen der jeugd ziet verglijden,
Die worstelt met duisternis, hunkert naar licht,
Die vruchteloos zoekt naar de bron van het lijden
En smeekt om een woord dat bemoedigt en sticht,
Verdient ongetwijfeld een beter gedicht.
Simon Knepper
In: De Tweede Ronde, Bert Bakker, Amsterdam 1981
-
21 augustus
Het onvergetelijke
Ik heb nog nooit op ski’s gestaan,
ik heb nog nooit tien mille bezeten,
ik heb nog nooit konijn gegeten
ik heb nog nooit mahjong gedaan.
Ik heb geen theekist-bas bespeeld,
ik heb nog nimmer Vlaams gesproken,
ik heb geen rijstwijn ooit geroken,
ik heb geen kropje slaegels geteeld.
Als ik die dingen zo eens tel,
heb ik meer niet gedaan dan wel,
ofschoon geboren lang geleden.
Dus wat mij des te sterker heugt,
is dit: ik heb eens in mijn jeugd
aan ’t strand een ezeltje bereden.
Herman Pieter de Boer
Uit: Louter streelzucht
Fontein, Baarn, 1982
-
Boerderij
Wat zag ik toen ik bleef staan
en bleef kijken naar hoe
die boerderij daar stond
wat vertelde mij dat ze daar
langzaam stond weg te gaan
dat ze voorgoed verlaten was
ze stond daar in haar tuin
met een oude vruchtboom
die nog een beetje gebloeid had
er was een grazig weiland
er stroomde een vredige beek
de wereld was nog als toen
ik denk dat ik zag
wat ik voelde
Rutger Kopland
Uit: Toen ik dit zag
Van Oorschot, Amsterdam 2008.