8 september
De fazant
Waar onverwacht het pad zich buigt
stond op een klein vak open land
tusschen de bosschen en het ruigt
in 't klare herfstlicht de fazant.
Geruischloos knielde ik op den grond,
mijn hand zocht waar de kijker hing, -
en nader schoof de held're ring
tot scherp het beeld geteekend stond.
Goudbruin, waarlangs in ademing
verdoffe' en gloeien rusteloos vloog, -
de staart die vleugen purper ving,
de kop met het juweelenoog.
En toen ik fel en feller zocht,
wist ik dat in dit klein stuk glas
de afgebeden lusthof was,
die voortaan ik betreden mocht.
Ida Gerhardt
Uit: Het veerhuis, Mees
Uitgeverij Mees/Wereldbibiotheek, Santpoort-Amsterdam, 1946
-
-
7 september
PS: Het wonder
In de kleinste kurketrekkert
een rankje omhoog, bloesemt een groen hoedje
ernaast, piepklein de druif, wordt dat een toetje
of zelfs wijn, trosjes overal rondom, merk
wit, onbekend, blad wijduit, een groots vlechtwerk
naar de zon, bol bladerdak dat zo zoetjes,
vol kietelende tentakeltjes, moet je
zien, wat een wingerd, weelderig, verlekkerd
staren we omhoog, een oogst, moedertjelief,
is dit niet de mooiste dag, wil je dit zien,
kindertjes, maar één wacht nog, beweegt en zweeft
tussen hemel en aarde onderweg, leeft
kalm de onbegrijpelijke tijd, op tien
tenen en vingertjes geteld, hartendief….
Maria van Daalen
Gevonden op: https://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/209869.html
-
6 september
Het ogenblik
Wat is het stil
En goed en zacht
De zon die wil
In mijn gedacht.
De zon die strooit
Mijn ogen vol,
Mijn hart dat dooit
Mijn hart is hol.
Ik weet niet meer
Of 't lente is,
Of dat het weer
Het najaar is.
'k Weet niemendal
Of 'k jongen ben,
Of dat ik al
Een oude ben.
Ik kijk maar in
Dat mooie licht,
En stil bemin
'k Dat zacht gezicht.
C.S. Adama van Scheltema
Uit: Zwervers verzen. S.L. van Looy, Amsterdam 1904
-
5 september
Reeën
ik vroeg of je nog van me hield
en je zweeg lange tijd
tot je 'kijk', zei, 'beneden'
daar stonden in langzaam
en laaghangend licht
twee reeën een ogenblik stil,
toen vluchtten zij snel en gewichtloos
het struikgewas in
hier en daar werden bladeren geel
dat was wat je daarna zou zeggen
'september, de herfst komt er aan'
Miriam van Hee
Uit: De bramenpluk, Bezige Bij, 2002
-
4 september
Mijn beurt
De kaas moet vers uit Parma komen;
De pepers rood uit Pomerigio
De mascarpone moet geel-romig zijn
En jij moet zingen bij de wijn.
Ik zal een jonge kwartel eten,
Gestufft met mortadella en Toscaanse weed.
Je bloes hangen we voor het venster
Tegen inkijk en insecten.
Het fruit zal branden in je mond,
En wat je zingt wordt stilaan honger,
Branie, geblaf van een jachtige hond.
Je buik met peperoni ingewreven
Lig je op tafel en je beeft.
Vorken en messen zijn verdeeld.
De koffie met kaneel gaat met
Onspreekbare syllaben door je keel.
Stefan Hertmans
In: De Gids, Meulenhoff, Amsterdam 1995
-
3 september
Bruine theepot
Een veldspaat erodeert tot kaolien,
een wit begin. Veel later kwamen mensen
met wielen en met ovens. En sindsdien
heeft hete drank een woonst die steeds haar zelfde
glazuur van schuwe donkerte laat zien.
Dit aarden werk heeft bolvorm. Ornamenten
zijn onbekenden. Ware aarde schenkt en hoedt.
De werken van de aarde zijn steengoed.
Geert van Istendael
In: Dietsche Warande en Belfort, Uitgeverij Peeters, Leuven 1994
-
2 september
Spelende meisjes
Vol sombere doemgedachten
geraakte ik in een straat
waar meisjes aan 't spelen waren
en we kwamen aan de praat.
Turkse en Surinaamse
sommigen autochtoon
en ze hadden er nauwelijks weet van,
ze speelden daar gewoon.
Mijn sombere visioenen
van een wereld die verging
vervaagden in 't licht van die kinderen
tot een herinnering.
Want die meisjes met aardige ogen
en met hun prachtige haar
zullen de kinderen baren
voor de komende duizend jaar.
Willem Wilmink
Gevonden op: https://straatpoezie.nl/gedicht/spelende-meisjes/
-
1 september
Rafels
Toen ving een roodbruine stam nog
de ochtendzon op, puur cederhout
van caran d'ache.
Later fladderden er raven
tussen de al even gerafelde takken
van de lariks.
Een schicht: de schaduw
van een zwaluw schoot
door de zomer.
En in het sprookjesbos
is plotseling de stinkzwam
dwingend aanwezig.
Doodgaan behoort tot het zeer weinige
dat niet zou mogen. Toch
wordt het veel gedaan.
Jan Eijkelboom
Uit: Het arsenaal, Arbeiderspers, Amsterdam, 2000
-
31 augustus
Aan een experimenteel dichter
Geen rotterdam dan amsterdam
geen moeder man dan vader
jouw rok is boter dan de ham
mijn hemd is altijd nader
al jart je met je vrienden bil
al jas je met hen klaver
en speel je liever haaf dan spil,
schmidt is toch altijd haver
jij bent veel zeker dan ikzelf
en toch leef ik veel sober
jij droomt dat je Eylders drinkt ik delf
het spit onder de ober.
Michèl van der Plas
Uit: Schuinschrift, Ambo, Bilthoven 1971
-
30 augustus
Kleinbeeld
Langs schimmige ligusters hollen zij
over glanzend broompapier dwars voorbij
het objectief. Gestoken scherp, briljant
vergroot, houden zij elkaar bij de hand;
hijgend, met wijde haren, staan zij stil
te kijk tegen het stromend oppervlak.
Een vijftigste seconde. Het huis trilt
niet meer, de spiegel is teruggeklapt.
Eva Gerlach
In: De Revisor, Querido, Amsterdam 1983