• 19 september

    Zei ze
    Zei ze hadden we nieuwe ontferming
    besteld wij, ze zouden die brengen,
    de nieuwe ontferming, op vrijdag.
    Zeggen ze vrijdag kan het op zaterdag.
    Zeggen we ja, maar dan wel in
    de morgen. Zeggen ze gaat niet,
    dat gaat niet, de morgen. Zegt mijn
    man goed, dan kom ik die zelf halen,
    zaterdag dan in de morgen, dat kan?
    Ja dat kan, zeggen ze. Komt hij daar,
    zaterdag, nergens ontferming. Zegt hij
    hoezo niet, die zou er toch wezen?
    Nee nee, die is er niet, komt u maar
    vrijdag. Zegt hij wat vrijdag, ik moet
    die meteen. Zeggen ze gaat niet, die
    is nog niet binnen. Zegt hij u zei toch
    dat die er nu was? Zeiden ze
    moeten we zeggen van niet dan,
    wilt u dat horen,
    van zeggen van niet?

    Joke van Leeuwen
    Uit: Wuif de mussen uit, Querido Amsterdam 2006
    september 19, 2025


  • 18 september

    Siem
    Het is hier groen, het rimpelende water, de bomen en de banken
    en een stengel met een kleine paarse bloem. Hij weet het niet
    zeker. Thuis heeft hij een witte zwaan in de keuken van porselein.
    Rozen van pastic in een rode vaas, een blauwe bloem
    op zijn beker, de koffie is altijd warm. En kringen
    op het tafelkleed. Soms komt Nora binnen. Ze is wit en breekbaar.

    Vroeger werkte hij onder de grond, in de mijnen.
    Je kon er alles denken, zo zwart. Niemand die het zag.
    De een zocht er een zin om Nora mee uit te vragen,
    de ander een ring die hij verloor tijdens het graven.
    Hij zocht er het einde van de dag en een familie
    die op hem wachtte. Met een hond aan een riem
    en een kleine moeder met brood en limonade.

    Hij zou wel willen weten waar ze zijn gebleven, de mensen
    die liedjes kenden omdat er een verjaardag was.
    Ze trekken hun schoenen aan, halen bloemen met een strik
    en een glimlach uit zijn uitgestrekte handen, leggen koekjes
    op een schaal en spugen koffie en limonade in kopjes en glazen.
    Ze staan op en deinzen naar de voordeur die hen slaat
    in het gezicht. Wat nu? De waterlelies zijn bij elkaar gewaaid

    tegen de rand van de vierkante vijver. Een enkele bloem
    steekt onder het hoge blad vandaan. Hij ziet het wel,
    hoe de groene struik groot als een klein huis, voorzichtig
    in het bad van de waterlelies kruipt. Het fonteinwater suist
    en slaat een zwart wak in de kroosgroene vijver

    Hij schrijft je een kaart met een vierkante vijver.
    Hij gooit een stok in het vreemde, groene meer
    en dan verschijnen er zwanen. Het water stijgt
    de papieren boten wijken

    Maria Barnas
    Gevonden op: gedichten.nl
    september 18, 2025

  • 17 september

    September

    Blond lief, de laatste gouden dagen
    wuiven ten afscheid en wij achten 't niet,
    de bomen en de struiken dragen
    hun laatste tooi en in het riet
    schuilen de vissen en hun trage
    vinslag verraadt hen niet.

    Het wordt nu tijd ons te bezinnen;
    de bossen kleuren dieper bruin
    en lila herfstasters beginnen
    hun ijle bloeien in mijn tuin.

    Het wordt nu tijd om te bedenken:
    de zomer houdt niet eeuwig stand;
    zij schonk ons al wat zij kon schenken -
    de laatste gouden dagen wenken
    en herfst komt reeds in feller kleuren drenken
    de bloemen van dit dierbaar land.
    Koos Schuur
    In: De Gids, P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam 1942
    september 17, 2025


  • 16 september

    Het wordt herfst

    “Het wordt herfst,” zei ze
    Met iets daarvan al in haar stem
    Ze huiverde en keek naar me
    Niet veel later ging haar tram.

    Ze liet zich als ze ging nooit kussen
    Een kushand dat was al
    Een kushand met
    De ruiten van de tram ertussen.

    Door het park liep ik terug naar huis
    En zag dat de herfst weer schitt’rend was
    Door- en doornat kwam ik thuis
    Waar ik een somber boek vol najaar las

    Ik heb haar uit mijn hoofd gezet
    Verdomd wat was het koud in bed.

    Stef Ouderpand
    Uit: Verzamelde verzuchtingen
    Uitgeverij Pankow, Paramaribo 1992
    september 16, 2025


  • 15 september

    Voor Lola
    ik hou je hand vast
    terwijl je slaapt
    en daar komt me
    toch een elektriese
    weet ik wat
    en ik tuimel
    en tuimel en tuimel
    waar ik nog nooit
    geweest was
    en ik voelde m'n hart
    opzwellen
    heter en groter
    en ik liet je los
    voor dat het
    explodeerde
    dat was op het nippertje.

    Herman Brood
    gevonden op: www.gedichten.nl
    september 15, 2025


  • 14 september

    Onder de appelboom
    Ik kwam thuis, het was
    een uur of acht en zeldzaam
    zacht voor de tijd van het jaar,
    de tuinbank stond klaar
    onder de appelboom

    ik ging zitten en ik zat
    te kijken hoe de buurman
    in zijn tuin nog aan het spitten
    was, de nacht kwam uit de aarde
    een blauwer wordend licht hing
    in de appelboom

    toen werd het langzaam weer te mooi
    om waar te zijn, de dingen
    van de dag verdwenen voor de geur
    van hooi, er lag weer speelgoed
    in het gras en verweg in het huis
    lachten de kinderen in het bad
    tot waar ik zat, tot
    onder de appelboom

    en later hoorde ik de vleugels
    van ganzen in de hemel
    hoorde ik hoe stil en leeg
    het aan het worden was

    gelukkig kwam er iemand naast mij
    zitten, om precies te zijn jij
    was het die naast mij kwam
    onder de appelboom, zeldzaam
    zacht en dichtbij
    voor onze leeftijd.

    Rutger Kopland
    Uit: Onder het vee, Van Oorschot, Amsterdam 1966
    september 14, 2025


  • 13 september

    Hetzelfde zien
    Hetzelfde zien,
    maar het zo
    zien, zoals nog
    niemand het zag.

    Jules Deelder
    Uit: Moderne gedichten.
    De Bezige Bij, Amsterdam 1981

    september 13, 2025


  • 12 september

    Twee lampen schijnen,
    de spiegel schemerblauwt, er schrijnen
    lichten in meubels rondom,
    alle dingen zijn stom.

    Ik hoor adem uit een vrouw
    komen, ik wou
    ik wou - ik zit zwaar en stil,
    't is niets wat ik wil.

    Hoor de klok rikketikken,
    hij telt de oogenblikken.

    Herman Gorter
    Uit: Verzen Uitgeverij Ambo / Athenaeum - Polak & Van Gennep, Baarn / Amsterdam, 1987
    september 12, 2025


  • 10 september

    Roeping
    Fluit er een merel, dan voel ik geluk.
    Fluit er een merel ten hemel schreiend mooi
    in China terwijl ik niet in China ben;

    heeft naar verluidt men hier ter stede merels
    ook gehoord in het blauwe schemeruur
    van 3 Februarij 1603; zal, naar verwacht mag

    over zes weken, in mijn tuin hun lied weer
    klinken; stel dat ik al op weg zal zijn
    gegaan, naar China, of het onbekende

    voorbij de grens van mijn bestaan - hoe nu hier
    leven zonder geluk? Op eigen kracht te horen
    wat de merel zo vaak zong, het moet

    volstaan. De oren toegestopt, in stilte,
    denk ik dag in dag uit mij in dat ik
    die ene ben en steeds een ander,

    die urenlang of even maar en waar ook maar
    door eeuwen heen geluk heeft en de merel hoort.
    Dan vangt in mij misschien het zingen aan.

    Anneke Brassinga
    Uit: 'Verschiet', Bezige Bij, Amsterdam 2001.
    september 10, 2025


  • 9 september

    Afwasmachine
    aan mijn bestek

    Adieu messen en vorken, ik was jullie nooit meer af.
    Het is uit tussen ons. Geen toegewijd leuteren meer
    tussen zachte doeken, ik stop jullie als lastige kindertjes
    in een crêche, ik ben blij dat ik jullie heb,
    o, ik zou jullie niet willen missen! maar nooit
    meer zullen jullie als bekenden door mijn handen gaan.
    Handenbindertjes! voortaan zijn jullie vaat.
    Hoor eens, we moeten redelijk zijn, het gaat niet aan
    die conversaties na het ontbijt, hoe was de pap,
    maakte het ei erg vlekkerig, is er niet al te hard
    op je gebeten en was de rabarber verfrissend?

    En het douwerideine lepeltje mijn deukje mijn
    klein fijn mongooltje, moet jij ook door de molen?

    O grote opscheplepel worden je kinderen nu voortaan
    zonder aanziens des persoons door het water geslagen?

    We moeten niet kinderachtig zijn. Warme sopjes
    hebben hun tijd gehad. De wereld eist ons op
    voor gewichtiger zaken. Mijn persoonlijkheid
    bijvoorbeeld, moet nog ontplooid. Dat
    kan natuurlijk niet met jullie, of met de kopjes.

    Judith Herzberg
    In: Tirade, Van Oorschot, Amsterdam 1968
    september 9, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress