• 20 februari

    Gedicht

    Alles heb ik nu:
    een vrouw die twee kinderen heeft
    van een ander, maar zelf heb ik ook een zoon
    Wij hebben een huis
    een helft van haar, een helft van mij
    Als ik alles optel is het één
    toch, in wezen, is alles van de ander

    Samen met mijn zoon kan ik niet weg,
    want hij hoort bij zijn moeder thuis
    Ook: mijn deel van het huis kan ik niet torsen
    want alles hoort evenzeer bij de ander

    Alleen mijn fantasieën zijn geheel van mij
    maar mijn psychiater wil ze horen;
    laat ik eerlijk zijn: hij wil dat ik ze voor mijzelf uit
    Maar zo komen ze toch bij een ander

    En geen ander duld ik in mijn leven,
    geen ander dan beslist noodzakelijk
    Zo vang ik mij en raak beklemd
    men noemt dit wel geluk

    Ischa Meijer
    In: Tirade, jaargang 20, Van Oorschot, Amsterdam 1976

    februari 20, 2025


  • 19 februari

    ALLES IN DE TAAL

    wat weet men van het leven
    vanwaar eigenlijk weten de mensen
    dat er vrij weinig is als zekerheid?

    -heeft gisteren de leegte
    zich gedragen?

    ze doet het met ons.
    verward maar overzichtelijk,
    dit ongevraagd voortduren.

    (tussen haakjes)
    het is tijd
    voor wat zich aan ons niet voordoet
    maar terug doet slaan als
    troost, warmte, vergeten etc. etc.

    in het bronwater van leven, dat dient gedicht.

    Ids Blaauw
    Gevonden op gedichten.nl
    februari 19, 2025


  • 18 februari

    Hostie

    In de waan dat ik dit schrijf
    En in de hoop dat jij dit leest
    En in de wanhoop dat dit lijf
    Zich enkel droomt wat is geweest
    Leg ik de boeken neer vandaag.

    Het is nu middernacht. De vraag
    Wat ik hier aan moet met mijn botten
    Gaat nu slapen in een pil,
    Een hostie die mij zal verlossen
    Van jouw afwezigheid. Wees stil.


    Leonard Nolens
    Uit: Manieren van leven, Querido, Amsterdam 2001
    februari 18, 2025


  • 17 februari

    O zoete spontane
    aarde hoe vaak hebben
    de
    verlekkerde

    vingers van
    wellustige filosofen u geknepen
    en
    gepord

    , heeft de ondeugende duim
    der wetenschap in
    uw

    schoonheid gewroet . hoe
    vaak hebben religies
    u op hun knokige knieën genomen
    en u geperst en

    gebeukt opdat gij
    goden
    voort zoudt brengen
    (maar
    trouw

    aan de weergaloze
    sponde van de dood uw
    ritmische
    minnaar

    hebt gij

    hun slechts geantwoord met

    lente)

    E.E. Cummings
    In: Raster, jaargang 2005, p. 123, vertaling Ko Kooman
    februari 17, 2025


  • 16 februari

    Jachtopziener

    Ik kwam in ’t park de jachtopziener tegen
    en vroeg hem naar de stand van het roodwild.
    Hij draaide er om heen en trok verlegen
    met een schoenpunt raadsels in het grint.

    Ik was hem sinds zijn aanstelling genegen
    en hij mij wederkerig goedgezind.
    Waarom werd ik opeens geheel ontsteld,
    of hij reeds maanden iets had doodgezwegen?

    Er is er dikwijls éen meer dan ik tel,
    zei hij bezorgd en keek me in de ogen.
    Waanzin en waarheid lagen in de zijne
    voortdurend voor elkander te verschijnen.
    De bomen stonden naar ons toe gebogen.
    Toen klonk ginds op het huis de etensbel

    Gerrit Achterberg
    Uit: Verzamelde Gedichten, Querido, Amsterdam 1984
    februari 16, 2025


  • 15 februari

    Louis Couperus spreekt Gronings

    Vriend Jaap voerde mij pepermuntjes
    tijdens de rijtoer naar Paterswolde
    opdat mijn Hollands-hoge stem
    die avond, met affectie,
    ritmisch huppelende dactyli zou zingen.

    Ja, de boerse noordelingen, inboorlingen
    met begrensde spreekstemmen staan versteld
    van klankbevleugelde woordreeksen.

    In hare drom’n, hare vizioen’n
    lat’n zien en doen smacht’n

    O vriend Jaap, dank voor de witte rozen,
    dat ik nog eens in je tent kom overzomeren
    te Terschelling, om de omelet te proeven
    die je zo goed weet te bereiden.

    Coen Peppelenbos
    Uit: Muziek voor twee vrouwen, Philip Elchers, Groningen 2012.
    februari 15, 2025


  • 14 februari

    140 pond

    Ik ben Van Hattum en ik weet,
    dat 140 pond zo heet,
    maar dat de naam direct vervalt,
    als het leven wijkt uit de Gestalt.

    Dan ligt, onder de naam van lijk,
    die honderdveertig pond te kijk;
    Gij zijt bij het défilé misschien:
    alleen ik zelf zal het niet zien.

    Da's vreemd: ik zie, wat Gij niet ziet;
    wat Gij dán ziet, zie ik weer niet.
    Enfin....; de honderdveertig pond
    is nog springlevend en gezond.

    - En ik geniet graag 's levens gunst
    én om mij zelf én om de kunst -
    hoe meer ik drink, hoe meer ik eet,
    hoe meer gewicht Van Hattum heet.

    Jacques van Hattum
    De pothoofdplant, Nijgh & van Ditmar, Rotterdam 1936


    februari 14, 2025


  • 13 februari

    Gunstig in de werkelijkheid zitten

    In spiegels probeer ik vaak te zien
    de handelingen van degenen
    die je niet kan zien
    maar die toch in de kamer zijn.

    Het resultaat van de lijn spiegel-proefpersoon
    ligt meestal buiten mijn gezichtsveld,
    delen van tafels en stoelen,
    een stukje witte muur en
    een keer zelfs de helft van een vogelkooi
    met soms de vogel in die helft
    zijn zichtbaar,
    Arabië of een ander land
    komt niet uit de atlas.

    Gisteren zat ik naast een kast
    en eindelijk lakte een meisje
    dat ik niet kon zien
    haar nagels in een spiegel
    die ik kon zien,
    ze had vijf minuten nodig
    om ze droog te blazen.

    K. Schippers
    Een klok en profil. Amsterdam, Querido 1965
    februari 13, 2025


  • 12 februari

    All inclusive

    Wat wil je geven? Of beter vragen wat het laatste is dat je onthield,
    het kon wel eens de moeite waard zijn. Hecht je aan boodschappen?

    Vandaag kocht ik doodgewone groene rijst. Ik trof een wethouder
    in de supermarkt die tegen me zei: hoe snel het organisme zich herstelt!

    Ook slechte mensen overleven gemakkelijk. Ons gesprek was van christelijke aard,
    want overigens zijn we het oneens. Hij eet met kerst bij voorkeur in zijn hoekhuis.

    Ik heb je liefde genoemd als woord en daad en jij valt van de trap en je hoofd knapt
    en het geheugen stroomt uit je oren. Liefste, zwijgen verheft niet steeds. We zullen

    middelen moeten vinden om onze eindigheid te vervullen. Keer de attracties
    niet de rug toe. Botsen, zweven, duiken, rollen, hangen en trilling lengt tijd.

    Anne Vegter

    In tijdschrift Tirade (jrg. 51), G.A. van Oorschot, Amsterdam 2007
    februari 12, 2025


  • 11 februari

    Zal ik nog een eindje met je meelopen?

    Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
    of tot de eerstvolgende tunnel.
    Tot de derde straat rechts,
    tot de ingang van het park.
    Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
    het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.

    Je mag meelopen tot in mijn kamer,
    tot het glaasje van het een of ander,
    tot ik mijn tanden heb gepoetst
    of tot het eerste ochtendlicht
    over de stoel met kleren valt.

    Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
    tot de school weer is begonnen,
    de ambtenaren pauze houden
    de winkels zijn gesloten
    of tot de laatste stoptrein gaat.

    Tot na het ontwaken maar voor het ontbijt,
    tot na het ontbijt maar voor de lunch,
    tot na de lunch maar voor het avondeten
    mag je meelopen.

    Hagar Peeters
    Uit: 'Genoeg gedicht over de liefde vandaag', Podium, Amsterdam 1999.
    februari 11, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress