20 februari
Gedicht
Alles heb ik nu:
een vrouw die twee kinderen heeft
van een ander, maar zelf heb ik ook een zoon
Wij hebben een huis
een helft van haar, een helft van mij
Als ik alles optel is het één
toch, in wezen, is alles van de ander
Samen met mijn zoon kan ik niet weg,
want hij hoort bij zijn moeder thuis
Ook: mijn deel van het huis kan ik niet torsen
want alles hoort evenzeer bij de ander
Alleen mijn fantasieën zijn geheel van mij
maar mijn psychiater wil ze horen;
laat ik eerlijk zijn: hij wil dat ik ze voor mijzelf uit
Maar zo komen ze toch bij een ander
En geen ander duld ik in mijn leven,
geen ander dan beslist noodzakelijk
Zo vang ik mij en raak beklemd
men noemt dit wel geluk
Ischa Meijer
In: Tirade, jaargang 20, Van Oorschot, Amsterdam 1976
-
-
19 februari
ALLES IN DE TAAL
wat weet men van het leven
vanwaar eigenlijk weten de mensen
dat er vrij weinig is als zekerheid?
-heeft gisteren de leegte
zich gedragen?
ze doet het met ons.
verward maar overzichtelijk,
dit ongevraagd voortduren.
(tussen haakjes)
het is tijd
voor wat zich aan ons niet voordoet
maar terug doet slaan als
troost, warmte, vergeten etc. etc.
in het bronwater van leven, dat dient gedicht.
Ids Blaauw
Gevonden op gedichten.nl
-
18 februari
Hostie
In de waan dat ik dit schrijf
En in de hoop dat jij dit leest
En in de wanhoop dat dit lijf
Zich enkel droomt wat is geweest
Leg ik de boeken neer vandaag.
Het is nu middernacht. De vraag
Wat ik hier aan moet met mijn botten
Gaat nu slapen in een pil,
Een hostie die mij zal verlossen
Van jouw afwezigheid. Wees stil.
Leonard Nolens
Uit: Manieren van leven, Querido, Amsterdam 2001
-
17 februari
O zoete spontane
aarde hoe vaak hebben
de
verlekkerde
vingers van
wellustige filosofen u geknepen
en
gepord
, heeft de ondeugende duim
der wetenschap in
uw
schoonheid gewroet . hoe
vaak hebben religies
u op hun knokige knieën genomen
en u geperst en
gebeukt opdat gij
goden
voort zoudt brengen
(maar
trouw
aan de weergaloze
sponde van de dood uw
ritmische
minnaar
hebt gij
hun slechts geantwoord met
lente)
E.E. Cummings
In: Raster, jaargang 2005, p. 123, vertaling Ko Kooman
-
16 februari
Jachtopziener
Ik kwam in ’t park de jachtopziener tegen
en vroeg hem naar de stand van het roodwild.
Hij draaide er om heen en trok verlegen
met een schoenpunt raadsels in het grint.
Ik was hem sinds zijn aanstelling genegen
en hij mij wederkerig goedgezind.
Waarom werd ik opeens geheel ontsteld,
of hij reeds maanden iets had doodgezwegen?
Er is er dikwijls éen meer dan ik tel,
zei hij bezorgd en keek me in de ogen.
Waanzin en waarheid lagen in de zijne
voortdurend voor elkander te verschijnen.
De bomen stonden naar ons toe gebogen.
Toen klonk ginds op het huis de etensbel
Gerrit Achterberg
Uit: Verzamelde Gedichten, Querido, Amsterdam 1984
-
15 februari
Louis Couperus spreekt Gronings
Vriend Jaap voerde mij pepermuntjes
tijdens de rijtoer naar Paterswolde
opdat mijn Hollands-hoge stem
die avond, met affectie,
ritmisch huppelende dactyli zou zingen.
Ja, de boerse noordelingen, inboorlingen
met begrensde spreekstemmen staan versteld
van klankbevleugelde woordreeksen.
In hare drom’n, hare vizioen’n
lat’n zien en doen smacht’n
O vriend Jaap, dank voor de witte rozen,
dat ik nog eens in je tent kom overzomeren
te Terschelling, om de omelet te proeven
die je zo goed weet te bereiden.
Coen Peppelenbos
Uit: Muziek voor twee vrouwen, Philip Elchers, Groningen 2012.
-
14 februari
140 pond
Ik ben Van Hattum en ik weet,
dat 140 pond zo heet,
maar dat de naam direct vervalt,
als het leven wijkt uit de Gestalt.
Dan ligt, onder de naam van lijk,
die honderdveertig pond te kijk;
Gij zijt bij het défilé misschien:
alleen ik zelf zal het niet zien.
Da's vreemd: ik zie, wat Gij niet ziet;
wat Gij dán ziet, zie ik weer niet.
Enfin....; de honderdveertig pond
is nog springlevend en gezond.
- En ik geniet graag 's levens gunst
én om mij zelf én om de kunst -
hoe meer ik drink, hoe meer ik eet,
hoe meer gewicht Van Hattum heet.
Jacques van Hattum
De pothoofdplant, Nijgh & van Ditmar, Rotterdam 1936
-
13 februari
Gunstig in de werkelijkheid zitten
In spiegels probeer ik vaak te zien
de handelingen van degenen
die je niet kan zien
maar die toch in de kamer zijn.
Het resultaat van de lijn spiegel-proefpersoon
ligt meestal buiten mijn gezichtsveld,
delen van tafels en stoelen,
een stukje witte muur en
een keer zelfs de helft van een vogelkooi
met soms de vogel in die helft
zijn zichtbaar,
Arabië of een ander land
komt niet uit de atlas.
Gisteren zat ik naast een kast
en eindelijk lakte een meisje
dat ik niet kon zien
haar nagels in een spiegel
die ik kon zien,
ze had vijf minuten nodig
om ze droog te blazen.
K. Schippers
Een klok en profil. Amsterdam, Querido 1965
-
12 februari
All inclusive
Wat wil je geven? Of beter vragen wat het laatste is dat je onthield,
het kon wel eens de moeite waard zijn. Hecht je aan boodschappen?
Vandaag kocht ik doodgewone groene rijst. Ik trof een wethouder
in de supermarkt die tegen me zei: hoe snel het organisme zich herstelt!
Ook slechte mensen overleven gemakkelijk. Ons gesprek was van christelijke aard,
want overigens zijn we het oneens. Hij eet met kerst bij voorkeur in zijn hoekhuis.
Ik heb je liefde genoemd als woord en daad en jij valt van de trap en je hoofd knapt
en het geheugen stroomt uit je oren. Liefste, zwijgen verheft niet steeds. We zullen
middelen moeten vinden om onze eindigheid te vervullen. Keer de attracties
niet de rug toe. Botsen, zweven, duiken, rollen, hangen en trilling lengt tijd.
Anne Vegter
In tijdschrift Tirade (jrg. 51), G.A. van Oorschot, Amsterdam 2007
-
11 februari
Zal ik nog een eindje met je meelopen?
Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
of tot de eerstvolgende tunnel.
Tot de derde straat rechts,
tot de ingang van het park.
Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.
Je mag meelopen tot in mijn kamer,
tot het glaasje van het een of ander,
tot ik mijn tanden heb gepoetst
of tot het eerste ochtendlicht
over de stoel met kleren valt.
Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
tot de school weer is begonnen,
de ambtenaren pauze houden
de winkels zijn gesloten
of tot de laatste stoptrein gaat.
Tot na het ontwaken maar voor het ontbijt,
tot na het ontbijt maar voor de lunch,
tot na de lunch maar voor het avondeten
mag je meelopen.
Hagar Peeters
Uit: 'Genoeg gedicht over de liefde vandaag', Podium, Amsterdam 1999.