• 2 maart

    Heftan tattat

    Zundag weer verjöarsviseet
    en iej weet wa hoo’t dat geet:
    Herman hef zoo zeek ewes,
    Graads mut ok weer oonder t mes,
    Trui hebt z’ alns a vort-enomn,
    Kloas is oet de tied ekomn,
    Leida hef zon pien in t lief,
    oo, dat aarme, aarme wief.
    En hoo is t dan noe met Bernard?
    Heftan tattat! Heftan tattat!
    Hee har völs te völ patat had
    en doo hef e t dus an t hart had.

    Dat genöal, oo man oo man,
    doodzeek goa’j op hoes op an

    Willem Wilmink
    Uit: Verzamelde liedjes en gedichten, Bert Bakker, Amsterdam 2006

    maart 2, 2025

  • 1 maart

    Spiegelgedicht

    Mijn spiegel is beslagen
    van jouw adem jouw welbehagen
    zie ik mijzelf niet meer.

    dat je bent afgereisd
    ik zal het kunnen dragen,
    in de ovalen lijst
    zie ik mijzelf niet meer

    alleen - ben ik met
    het blauwgestreept onopgemaakte bed
    een wat vergaan maar goedgelijkend
    dubbelportret.

    Wilfred Smit
    Uit: Franje, Polak en Van Gennep, Amsterdam 1963
    maart 1, 2025


  • 28 februari

    Dubbeldruk

    De vorm van je gezicht
    is ook het kijken ernaar
    alsof het er door m'n
    blik even dubbel is.

    Ik wil het eerst voor
    me houden en toch zeg
    ik het. De kat golft
    langs je benen. Ineens

    trek je heel vlug het
    linnen van tafel en pas
    dan zeg ik dat ook de
    sluier van je gezicht is,

    je wangen zijn naakt, je
    voorhoofd, je mond, niet
    je oren, die zitten onder
    je haar. Je bergt het

    linnen op en nu zeg je
    zelf iets. Ik versta het
    niet. ‘Hè?’ vraag ik.
    ‘Ik heb het tegen de kat.’

    K. Schippers
    Uit: Tellen en wegen, Querido, Amsterdam, 2011

    februari 28, 2025


  • 27 februari

    De vijf zinnen

    Er hangt een minuscule geur van thee.
    De wereld kan wat mij betreft vergaan
    als ik in deze reuk mag blijven staan
    en aan mijn grootmoeder denken, of nee,

    alleen bij haar stilstaan als bij de zee
    die mij toeruist uit deze schelp vandaan,
    die (Stille Zuidzee of Grote Oceaan)
    China en Chili scheidt, thee en maté,

    de dikke tegenvoeter en de dunne.
    Het zoute zit aan oma's wereldbol,
    ik voel de kou van lege poolijskappen

    (weggooien - nee, dat zal ik wel niet kunnen),
    ik zie: Stan Laurel huilt. We schieten vol.
    Zachtjes rijdt de piano van de trappen.

    Jan Kuiper
    Uit: De Revisor, jaargang 25, Querido, Amsterdam 1998

    februari 27, 2025


  • 26 februari

    Straat
    De sneeuw is al weken uit de tuin
    in deze lief te hebben straat
    waar niemand over praat

    de stoepen liggen breeduit
    onder een vogelrijk geluid

    Het blond bevlechte meisje
    danst getallen op de tegels
    de rode kater heeft zich
    klaargezet voor kopjes

    een oude vrouw brengt vingers
    en streelt van kop tot staart

    In deze lief te hebben straat
    spelen mieren verstoppertje
    tussen zelfgebouwde bergen
    De kort gemaaide kleuter
    fietst uit de armen van zijn moeder
    woensdagmiddag loopt warm

    Peter M. van der Linden
    Uit: Zendag, Uitgeverij De Contrabas, Utrecht/Leeuwarden, 2009
    februari 26, 2025


  • 25 februari

    Zelfportret

    Ik ben voornamelijk van geen belang.
    Ik ben een zachte wang,
    en ik ben mijn eigen lippen.
    Meestal zonder gezang,
    uitblinkend in knorgeluiden
    voor enk'le fijne luiden
    die mij ter harte gaan.
    Ik ben meer kuiken dan haan.
    En: ik ben mijn eigen lippen,
    waarmee ik uit eigenbelang
    mij kus op mijn eigen wang.

    Alain Teister
    Uit: de huisgod spreekt, Querido Amsterdam 1964
    februari 25, 2025

  • 24 februari

    HET KIND DAT WIJ WAREN

    Wij leven 't heerlikst in ons vèrst verleden:
    de rand van het domein van ons geheugen,
    de leugen van de kindertijd, de leugen
    van wat wij zouden doen en nimmer deden.

    Tijd van tinnen soldaatjes en gebeden,
    van moeder's nachtzoen en parfums in vleugen,
    zuiverste bron van weemoed en verheugen,
    verwondering en teerste vriendlikheden.

    Het is het liefst portret aan onze wanden,
    dit kind in diepe schoot of wijde handen,
    met reeds die donkre blik van vreemd wantrouwen.

    't Eenzame, kleine kind, zelf langverdwenen,
    dat wij zo fel en reedloos soms bewenen,
    tussen de dode heren en mevrouwen.

    E. du Perron
    Parlando, Verzamelde gedichten, A.A.M. Stols, Rijswijk, 1941
    februari 24, 2025


  • 23 februari

    Impasse

    Wij stonden in de keuken, zij en ik.
    Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
    Maar omdat ik mij schaamde voor de vraag
    wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

    Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
    en de kans hebbend die ik hebben wou
    dat zij onvoorbereid antwoorden zou,
    vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf.

    Juist vangt de fluitketel te fluiten aan.
    Weer is dit leven vreemd als in een trein
    te ontwaken en in ander land te zijn.

    En zij antwoordt, terwijl zij langzaam-aan
    het drup'lend water op de koffie giet
    en de damp geur wordt: een nieuw bruiloftslied.

    Martinus Nijhoff
    Verzamelde gedichten, Bert Bakker, Amsterdam 2001
    februari 23, 2025

  • 22 februari

    Ver heen
    Mocht ik in het hart van het holst
    van donkerste dagen te lijf gaan, achter
    al het uiterwaardse, een stuk of wat
    verlaten kusten onder razende luchten
    waar albatrossen op hun wieken naar
    andere planeten worden weggeblazen -

    graag zou ik boven lege oceanen regen zijn
    op reusachtige hoeven, zinnentuimel van
    tempeest, het stormend paard dat louter
    water is, uiteenvalt in geschuimbek -

    zocht ik bij voorkeur echter diepten
    die geen daglicht velen, omtrent een
    steenworp van d'onoorbaar gloeiende
    kern; daar zal betijen wat mij jaagt.

    Anneke Brassinga
    Uit: Ontij, De Bezige Bij, Amsterdam 2010.
    februari 22, 2025

  • 
    
    
    
    
    21 februari

    Op stap met Edvard Munch

    Wanneer je vanuit de andere wereld
    in één van de lichtpaleizen komt,
    dan zie je hoe de gedaantes van de mensen vibreren.
    Ze krimpen en zwellen, ze gloeien en doven
    In een paar seconden.
    Hun gezichten zijn slechts bleke vlekken.
    De kleuren variëren van donkerblauw tot zwart
    en vloeien in elkaar over.
    Spiegel weerkaatst spiegel,
    zodat de grenzen verdwenen zijn.
    Het is het bal van de niet-doden,
    spookachtig zijn ze al.

    Wanneer je in één van de lichtpaleizen bent,
    temidden van de geweldige sociale omgangsvormen,
    dan zijn deze gedaantes
    vele blauwe plekken
    op het prachtige en begeerlijke
    lichaam van een geliefde, waar je
    heel voorzichtig je vinger op moet leggen.

    Elma van Haren
    De reis naar het welkom geheten
    De Harmonie, Amsterdam 1988
    februari 21, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress