12 maart
Het volmaakte
Ik gaf mijn kind een zilveren bal.
Het werd zijn één, het werd zijn al;
en hij die steeds met ieder deelt,
hij schreit als iemand er mee speelt.
Ik sprak tot hem met zacht vermaan;
hij zag mij lang verwonderd aan
en liet toen stil zijn tranen gaan.
Ik gaf mijn kind een zilveren bal:
bracht ik zijn onschuld nu ten val?
Of ben ik blind? – Het goddelijk kind
hield in zijn handjes het heelal.
Ida Gerhardt
Uit: 'De zomen van het licht', Querido, Amsterdam 1983
-
-
11 maart
In de haven lag een schip, met aan de reling
een dikke man die een aria zong.
Hij luisterde naar het ongekende
en rende zielsgelukkig
naar huis –
bezocht nadien tijdens verloven
in het buitenland avond na
avond opera’s –
een liefhebber werd hij niet
Avond na avond wachtte
hij op dat lied
Wim Brands
Uit: ’s Middags zwem ik in de Noordzee, Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2014
-
10 maart
Fuguette
Claudien, jij speelt piano, en ik zit
In de warande, en luister naar het zingen
Uit het innige hart der stille dingen,
En luister naar de stem der nacht die bidt
Nu is mijn hart heel stil geworden: dit
Is het stil einde van de groote dingen.
De regens die tusschen ons beiden hingen,
Claudien, zijn over en de nacht is wit.
Zachtheid, zachtheid is het woord van muziek:
Het is of je op een groenen heuvel toeft,
Een fabel leest, of ziet een mozaïek
En ’t hart, ontvangend wat het hart behoeft,
Niet meer van pijn verbijsterd, niet meer ziek,
Vergeet – een glimlach lang – wat het bedroeft.
Martinus Nijhoff
Vormen, Van Dishoeck, Bussum 1924
-
9 maart
De jonge herder
Zijn jonge leden loom in 't hooge gras gelegen,
Staart hij den hemel toe, een glimlach om den mond,
Terwijl zijn rechterhand, in onbewust bewegen,
De kroeze haren streelt des ruigen herdershond.
Die, immer waaksch gezel, richt zich, met nijdig grommen,
Wanneer een nukkig schaap te ver de vlakte in dwaalt,
En legt zich langzaam neer, om nog wat na te brommen,
Terwijl hij, hijgende, zijn korten adem haalt.
Hij staart den hemel toe, en stooft zijn jonge leden:
Zijn bruine beenen, bloot tot aan den korten broek,
Zijn armen, sterk en slank; half 't open hemd ontgleden,
Zijn stoere schouderen, rechthoekig, breed en kloek.
Hij staart den hemel toe, en droomt van vee en weiden,
En hoe naar 't needrig dak in 't tierig elzenhout,
De hamel, tinkelend, zìjn schapen zal geleiden,
Terwijl de rappe hond de kudde samenhoudt.
***
Hij droomt zijn vrouw, ter deur, zoo frisch als 't meisjen heden,
De handjes uitgestrekt een kraaiend kind ten arm.
Dan vaart een siddering hem gloeiend door de leden,
En, blozend tot zijn haar, voelt hij zich blij en arm.
Zoo ligt hij tot de hond hem opwekt; droomverloren
Grijpt hij den krommen stok en drijft het vee ter kooi,
En siddert nog en lacht, en, stootend, uit den horen,
Klinkt 't jolig herderslied: wat is de wereld mooi.
En, later, slapend op zijn duffe legerstede,
(In zijn herinnering één glorie is de dag,)
Droomt hij van 't eigenst schoon, en glimlacht zoo te vrede,
Of hij in 't frissche veld bij de eigen kudde lag.
Willem de Mérode
Uit: De tijdspiegel, LJ Veen, Amsterdam 1915
-
8 maart
-
7 maart
...zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings -
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.
Joost Zwagerman
Uit: De ziekte van jij, Arbeiderspers, Amsterdam 1998
-
6 maart
's Werelds loop
Een die veel bezit zal snel
Tot nog groter welstand komen.
Wie maar weinig heeft, hem wordt
Ook dat weinige ontnomen.
Maar wanneer je niets bezit,
Laat je dan maar liever kisten -
Recht om te bestaan, schlemiel,
Is er enkel voor bezitters.
Heinrich Heine
(Vertaling Peter Versteegen en Marco Fondse)
In: Tijdschrift De Tweede Ronde, jrg. 3, Bert Bakker, Amsterdam 1982
-
5 maart
Erik Harteveld:
Het paard ruikt de stal
-
4 maart
adem
voor wie na dit lichaam
verschijnt en in zijn bed
klimt vannacht
kruip dicht tegen haar aan
kruip dicht tegen hem aan
houd jezelf vast en
luister naar je adem
loop desnoods naar het
koude raam en bevochtig
voor wat na dit lichaam
verdwijnt en geen meer
havent
ik dank je alvast
voor de weg die je was
en blaas
voor wie hier na
voor wat hier na komt
adem
Tsead Bruinja
Uit: Batterij, Contact, Amsterdam 2004
-
3 maart
VUISTREGELS
Is het woonhuis besmet, zeiden ze
in het dorp van mijn grootouders
sluit dan een varken een nachtlang op
het kwaad kruipt in het beest
en alles is de volgende morgen schoon
In het bouwsel dat elk leven is
breekt er een moment aan dat heet
goede raad was duur, een lekkage
heeft de muren bedekt met rorschachfiguren
en het ruikt naar iets dat ooit
tijdens een oud spelletje werd verstopt
Kijk de tafel rond en probeer
uit te vinden wie de sigaar zal zijn
zo luidt een gouden tip voor pokeraars
zie je het slachtoffer niet
dan rest er maar een mogelijkheid
Dus zeg ik deze nieuwe dag
tegen het gezicht in de scheerspiegel
stop met graven als je in de put zit
wees bereid au & ja te zeggen
kijk om je heen, doorzoek alle kamers
en vind je het varken niet
dan ben jij het
K. Michel
Uit: Waterstudies, Augustus, Amsterdam 2003