22 maart
Het kind en ik
Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.
Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.
Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.
Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.
En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.
Martinus Nijhoff
Uit: Nieuwe Gedichten, Querido, Amsterdam 1937.
-
-
21 maart
(verjaardag Job)
Gogol
Ik lees Gogol. Hij is groot.
Hij spreekt van liefde en dood,
en dat de mensen klein zijn
en voor elkaar venijn zijn
en dat, trots alles, dit leven
nog hoog staat aangeschreven.
Richard Minne
In tijdschrift Helikon, Stols Maastricht 1931
-
20 maart
Lamento
Hier nu langs het lange diepe water
dat ik dacht dat ik dacht dat je altijd maar
dat je altijd maar
hier nu langs het lange diepe water
waar achter oeverriet achter oeverriet de zon
dat ik dacht dat je altijd maar altijd
dat altijd maar je ogen je ogen en de lucht
altijd maar je ogen en de lucht
altijd maar rimpelend in het water rimpelend
dat altijd in levende stilte
dat ik altijd zou leven in levende stilte
dat je altijd maar dat wuivend oeverriet altijd maar
langs het lange diepe water dat altijd maar je huid
dat altijd maar in de middag je huid
altijd maar in de zomer in de middag je huid
dat altijd maar je ogen zouden breken
dat altijd van geluk je ogen zouden breken
altijd maar in de roerloze middag
langs het lange diepe water dat ik dacht
dat ik dacht dat je altijd maar
dat ik dacht dat geluk altijd maar
dat altijd maar het licht roerloos in de middag
dat altijd maar het middaglicht je okeren schouder
je okeren schouder altijd in het middaglicht
dat altijd maar je kreet hangend
altijd maar je vogelkreet hangend
in de middag in de zomer in de lucht
dat altijd maar de levende lucht dat altijd maar
altijd maar het rimpelende water de middag je huid
ik dacht dat alles altijd maar ik dacht dat nooit
hier nu langs het lange diepe water dat nooit
ik dacht dat altijd dat nooit dat je nooit
dat nooit vorst dat geen ijs ooit het water
hier nu langs het lange diepe water dacht ik nooit
dat sneeuw ooit de cipres dacht ik nooit
dat sneeuw nooit de cipres dat je nooit meer
Remco Campert
uit: Rechterschoenen, De Bezige Bij, Amsterdam 1992
-
19 maart
Dromen
Ik denk overdag dat ik droom,
ik droom 's nachts alsof ik zag:
Was het 's nachts zo donker niet,
en niet zo licht bij dag,
't ware lastig uit de droom
van deze dromen te komen:
Of mijn droom denken is,
of mijn gedachten dromen!
Constantijn Huygens
Gevonden op https://hetmooistegedicht.blogspot.com
-
18 maart
U, nu!
Joost van den Vondel
(1610, het kortste gedicht in de Nederlandse taal)
-
17 maart
Daar blijven op aarde twee vragen
Waar wijzen geen antwoord op weten:
Hoe moet men het leven verdragen,
En hoe moet men leren vergeten?
Hendrik de Vries
In: Verzameld Werk, Bert Bakker, Amsterdam 1993
-
16 maart
POËZIE
Eergisteren was het oorlog
gisteren ook
en nog altijd in mijn heden
dat niet alleen van mij is
geld sluipt rond over de wereld
betaalt zichzelf met oorlog
oorlog mag zijn naam niet dragen
noemt zichzelf defensie
poëzie is het struikgewas
waarin ik me verberg
als de soldaten komen
in hun gierende tanks
Remco Campert
Uit: Een oud geluid
De Bezige Bij / Poetry International, Amsterdam 2011
-
15 maart
Een koe
is een merkwaardig beest
wat er ook in haar geest
moge zijn
haar laatste woord
is altijd
boe
K. Schippers
(In: Domweg gelukkig in de Dapperstraat
Dedicon, Grave 2017.)
-
14 maart

(Tekst op de muur van het Kohnstammhuis, Amsterdam)
-
13 maart