1 april
O wat was mijn vader blij
toen hij vandaag werd opgebeld
U heeft prijs in de postcodeloterij
was het nieuws dat werd gemeld.
Hij was vreselijk enthousiast
en iedereen werd ingelicht
Hij pakte mijn moedertje stevig vast
met een grote smile op zijn gezicht.
De buurvrouw moest er ook van horen
ze viel bijna van haar fiets
Hij schreeuwde het van de toren
40.000 Euro! Dat is niet niets!
Ma heeft zich naar de bank gehaast
om het een en ander te bespreken
Na een kort gesprek enorm verbaasd
de bank bleek niets van een prijs te weten.
Ze waren beiden erg teleurgesteld
en het bleef voor even akelig stil
Vervolgens door dochtertje lief opgebeld
met de boodschap: Joehoe … 1 April!!!
Marian van Zwienen
gevonden op: https://www.leesgedichten.nl/vrolijke-gedicht/1-april-14816/
-
-
31 maart
Aan de ganzen
Laat in de nacht, wanneer ik dromend door
het venster staar, roepen uit hoge luchten
onzichtbaar overgaande ganzenvluchten;
een zwak gekrijs, dat zwelt en gaat teloor.
Nauw drijven door de duisternis geruchten;
de zomernacht is zwoel en drachtig. Voor
de sterren hangt een nevelwaas. Ik hoor
de donkere aard’ in diepe sluimer zuchten.
Ay, vreemde vogelen, die komt overzweven
en ongestoord de brede vlerken vouwt
in landen waar nog vredig volken leven,
Vertelt hun, hoe men hier de vrede rouwt
en welk een ongeluk de mensen lijden
die d’overgaande trekganzen benijden.
N.E.M. Pareau
In: De Gids. Jaargang 105. P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam 1941
-
30 maart
-
29 maart
De eter
Zeg: ‘Brussel’ en hij antwoordt: ‘Zukke borden!’
Zeg: ‘Bali’ en hij antwoordt: ‘Hete vis’
Zeg: ‘Rome’ en hij antwoordt: ‘Niks mee mis
Die pizza's en die pasta's: dik in orde’
Hij meet de verre landen aan hun dis
Van Rusland weet ie dat z'n maag er knorde
Van Kos dat ie d'r gammel is geworden
Van Wenen dat de taart uitstekend is
Vraag nooit: ‘Hoe was de rest van het program?’
Vraag nooit: ‘Wat vond je van de Notre Dame?’
‘De Notre Dame?’ Hij streelt zijn onderkinnen
En kijkt je lange tijd nadenkend aan
‘De Notre Dame, daar ga ik nooit meer binnen
Ik vind die obers niet om uit te staan!’
Ivo de Wijs
In: De Tweede Ronde. Jaargang 9. Bert Bakker, Amsterdam 1988
-
28 maart
Het begin van de wereld
ik was 5 jaar
mijn nichtje was 6
samen aten wij
ei
eerst luisterden wij naar ei
het tikken tegen de bodem van het pannetje
een wanhopige dans zonder armen en benen
oma liet
ons ei schrikken
met koud water
eieren zijn bang van alles
boter
lepeltjes
messen
daarna volgde
het eten
het volmaakt simultaan ei eten
mijn nicht de witte buitenkant
ik de gele binnenkant
toen wist ik het nog niet
maar nu wel
een eitje delen
dat doe je niet zomaar
met iedereen
Nico Dijkshoorn
(bij een beeld van Brancusi in het Kröller-Müller)
Uit: Dijkshoorn kijkt kunst, Atlas Contact, Amsterdam 2012
-
27 maart
Gorter, Gorter!
'k Heb uw Meizang willen lezen
Maar begon al gauw te vrezen
Dat het, voor mijn dood, niet uit zou wezen.
Korter! Korter! Korter!
Hendrik de Vries
Gevonden op: https://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/85851.html
-
26 maart
Op een eendagsvlieg
‘Ach,’sprak een eendagsvlieg te Doorn,
‘hoe heerlijk is het ochtendgloren
en hoe verrukkelijk het uur
waarop het laaiend zonnevuur
verstild ter kimme wordt gedreven!
Men moest twee dagen kunnen leven.’
Kees Stip
Uit: Het grote beestenfeest, Bert Bakker, Amsterdam 1988.
-
25 maart
Oude handen
Als ik oud ben wil ik oude handen
die, als op de reliëfkaart
van een basisschool
hun gebergte, hun rivieren
durven tonen. - Verre landen
waar ik in kan wonen.
Ervaren aderen,
vingers met verhalen.
Handen
die ergens waren;
op schouders, om een hart,
in andere handen.
Aan relings, zwaaiend,
aaiend langs de wanden
van een huis ver van hun huis.
Handen wil ik
vol geschiedenis
en aardrijkskunde:
Reizigers, na vele avonturen
veilig thuis.
Edward van de Vendel
Uit: Aanhalingstekens, Querido, Amsterdam 2000.
-
24 maart
Nachtrust
Avond. Twee tuinen verder woedt het voorjaar
en sluipen kapers door het donker.
Ergens vechten nagels om een vacht. Gekrijs
om kruimels liefde. Stukgebeten oren.
De krolse oorlog van een voorjaarsnacht.
Bijna vergeten hoe ik met dezelfde woede
door het donker joeg, hoe jij nog valser
dan een kat je nagels in drie harten sloeg.
Wat is het lang geleden en wat blijf
je mooi. Ik heb de dagen een voor een geteld
en met de beste woorden die ik heb:
ik hou van je. In jou vind ik een bed.
En het is lente en we delen hier dezelfde
nacht met alles wat dat zegt.
Menno Wigman
In: Bunker Hill, jrg. 1, 1997
-
23 maart
Voor wie dit leest
Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.
O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.
Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.
Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende vooroverboog
over de woorden die Gij wakkerleest.
Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken in uw lezende gezicht
en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.
Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat Uw blik hun innigste niet raken
tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.
Lees dit dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat U door deze woorden werd gekust:
Ik heb je zo lief.
Leo Vroman
Uit: 262 Gedichten, Querido Amsterdam 1974