• 1 april

    O wat was mijn vader blij
    toen hij vandaag werd opgebeld
    U heeft prijs in de postcodeloterij
    was het nieuws dat werd gemeld.

    Hij was vreselijk enthousiast
    en iedereen werd ingelicht
    Hij pakte mijn moedertje stevig vast
    met een grote smile op zijn gezicht.

    De buurvrouw moest er ook van horen
    ze viel bijna van haar fiets
    Hij schreeuwde het van de toren
    40.000 Euro! Dat is niet niets!

    Ma heeft zich naar de bank gehaast
    om het een en ander te bespreken
    Na een kort gesprek enorm verbaasd
    de bank bleek niets van een prijs te weten.

    Ze waren beiden erg teleurgesteld
    en het bleef voor even akelig stil
    Vervolgens door dochtertje lief opgebeld
    met de boodschap: Joehoe … 1 April!!!

    Marian van Zwienen
    gevonden op: https://www.leesgedichten.nl/vrolijke-gedicht/1-april-14816/

    april 1, 2025

  • 31 maart

    Aan de ganzen

    Laat in de nacht, wanneer ik dromend door
    het venster staar, roepen uit hoge luchten
    onzichtbaar overgaande ganzenvluchten;
    een zwak gekrijs, dat zwelt en gaat teloor.

    Nauw drijven door de duisternis geruchten;
    de zomernacht is zwoel en drachtig. Voor
    de sterren hangt een nevelwaas. Ik hoor
    de donkere aard’ in diepe sluimer zuchten.

    Ay, vreemde vogelen, die komt overzweven
    en ongestoord de brede vlerken vouwt
    in landen waar nog vredig volken leven,

    Vertelt hun, hoe men hier de vrede rouwt
    en welk een ongeluk de mensen lijden
    die d’overgaande trekganzen benijden.

    N.E.M. Pareau
    In: De Gids. Jaargang 105. P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam 1941
    maart 31, 2025

  • 30 maart

    maart 30, 2025


  • 29 maart

    De eter

    Zeg: ‘Brussel’ en hij antwoordt: ‘Zukke borden!’
    Zeg: ‘Bali’ en hij antwoordt: ‘Hete vis’
    Zeg: ‘Rome’ en hij antwoordt: ‘Niks mee mis
    Die pizza's en die pasta's: dik in orde’

    Hij meet de verre landen aan hun dis
    Van Rusland weet ie dat z'n maag er knorde
    Van Kos dat ie d'r gammel is geworden
    Van Wenen dat de taart uitstekend is

    Vraag nooit: ‘Hoe was de rest van het program?’
    Vraag nooit: ‘Wat vond je van de Notre Dame?’
    ‘De Notre Dame?’ Hij streelt zijn onderkinnen

    En kijkt je lange tijd nadenkend aan
    ‘De Notre Dame, daar ga ik nooit meer binnen
    Ik vind die obers niet om uit te staan!’

    Ivo de Wijs
    In: De Tweede Ronde. Jaargang 9. Bert Bakker, Amsterdam 1988
    maart 29, 2025


  • 28 maart

    Het begin van de wereld
    ik was 5 jaar
    mijn nichtje was 6
    samen aten wij
    ei
    eerst luisterden wij naar ei
    het tikken tegen de bodem van het pannetje
    een wanhopige dans zonder armen en benen

    oma liet
    ons ei schrikken
    met koud water
    eieren zijn bang van alles
    boter
    lepeltjes
    messen

    daarna volgde
    het eten
    het volmaakt simultaan ei eten
    mijn nicht de witte buitenkant
    ik de gele binnenkant
    toen wist ik het nog niet
    maar nu wel
    een eitje delen
    dat doe je niet zomaar
    met iedereen

    Nico Dijkshoorn
    (bij een beeld van Brancusi in het Kröller-Müller)

    Uit: Dijkshoorn kijkt kunst, Atlas Contact, Amsterdam 2012

    maart 28, 2025


  • 27 maart

    Gorter, Gorter!
    'k Heb uw Meizang willen lezen
    Maar begon al gauw te vrezen
    Dat het, voor mijn dood, niet uit zou wezen.
    Korter! Korter! Korter!

    Hendrik de Vries

    Gevonden op: https://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/85851.html
    maart 27, 2025

  • 26 maart

    Op een eendagsvlieg
    ‘Ach,’sprak een eendagsvlieg te Doorn,
    ‘hoe heerlijk is het ochtendgloren
    en hoe verrukkelijk het uur
    waarop het laaiend zonnevuur
    verstild ter kimme wordt gedreven!
    Men moest twee dagen kunnen leven.’

    Kees Stip

    Uit: Het grote beestenfeest, Bert Bakker, Amsterdam 1988.

    maart 26, 2025


  • 25 maart

    Oude handen
    Als ik oud ben wil ik oude handen
    die, als op de reliëfkaart
    van een basisschool
    hun gebergte, hun rivieren
    durven tonen. - Verre landen
    waar ik in kan wonen.
    Ervaren aderen,
    vingers met verhalen.
    Handen
    die ergens waren;
    op schouders, om een hart,
    in andere handen.
    Aan relings, zwaaiend,
    aaiend langs de wanden
    van een huis ver van hun huis.
    Handen wil ik
    vol geschiedenis
    en aardrijkskunde:
    Reizigers, na vele avonturen
    veilig thuis.

    Edward van de Vendel

    Uit: Aanhalingstekens, Querido, Amsterdam 2000.
    maart 25, 2025


  • 24 maart

    Nachtrust
    Avond. Twee tuinen verder woedt het voorjaar
    en sluipen kapers door het donker.
    Ergens vechten nagels om een vacht. Gekrijs
    om kruimels liefde. Stukgebeten oren.
    De krolse oorlog van een voorjaarsnacht.

    Bijna vergeten hoe ik met dezelfde woede
    door het donker joeg, hoe jij nog valser
    dan een kat je nagels in drie harten sloeg.
    Wat is het lang geleden en wat blijf

    je mooi. Ik heb de dagen een voor een geteld
    en met de beste woorden die ik heb:
    ik hou van je. In jou vind ik een bed.

    En het is lente en we delen hier dezelfde
    nacht met alles wat dat zegt.

    Menno Wigman
    In: Bunker Hill, jrg. 1, 1997
    maart 24, 2025

  • 23 maart

    Voor wie dit leest

    Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
    maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
    mijn hete hand uit dit papier niet steken;
    wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.

    O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
    Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
    verzacht het vreemde door de druk verstenen
    van het geschreven woord, of spreek het uit.

    Menige verzen heb ik al geschreven,
    ben menigen een vreemdeling gebleven
    en wien ik griefde weet ik niets te geven:
    liefde is het enige.

    Liefde is het meestal ook geweest
    die mij het potlood in de hand bewoog
    tot ik mij slapende vooroverboog
    over de woorden die Gij wakkerleest.

    Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
    en door de letters heen van dit gedicht
    kijken in uw lezende gezicht
    en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.

    Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
    zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
    en laat Uw blik hun innigste niet raken
    tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.

    Lees dit dan als een lang verwachte brief,
    en wees gerust, en vrees niet de gedachte
    dat U door deze woorden werd gekust:
    Ik heb je zo lief.

    Leo Vroman
    Uit: 262 Gedichten, Querido Amsterdam 1974
    maart 23, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress