21 mei
Bücher
Alle Bücher dieser Welt
Bringen dir kein Glück,
Doch sie weisen dich geheim
In dich selbst zurück.
Dort ist alles, was du brauchst,
Sonne, Stern und Mond,
Denn das Licht, danach du frugst,
In dir selber wohnt.
Weisheit, die du lang gesucht
In den Bücherein,
Leuchtet jetzt aus jedem Blatt -
Denn nun ist sie dein.
Herman Hesse
(1918) Gevonden op: https://hhesse.de/gedichte/buecher/
-
-
20 mei
Naar Purmerend
ik heb een kathedraal gezien op weg naar Purmerend
ik zie altijd een buizerd op de weg naar Vloerzegem
een slaperige buizerd op een hekje
ik vroeg je hoe je dacht dat ik eruit zou zien als kerk
en was bij jou toen we iets zagen als een polder
en aan het einde van de weg
het huis waar je geboren bent
in Purmerend, in Purmerend
en met jou op de waterwinplaats van
de brandweer aan de Zaan
ik at met jou een boterham met kaas uit zilverfolie
ik was met jou op weg naar Purmerend waar je geboren bent
vroom geknield hebt voor de altaarstukken van de keuken
een dode kat gevist zag worden uit het Noord-Hollands kanaal
dat voor je deur liep waar je later
overheen moest met de pont
dat niet ontstaan is maar bedacht
zoals jij en je twee zusjes door je ouders zijn bedacht
vanwege het café naast jullie huis
dat heet Drie Zwaantjes.
Hannah van Binsbergen
In: Tirade. Jaargang 57, Van Oorschot, Amsterdam 2013
-
19 mei
‘Paradise regained’
De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van den morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.
zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van ’t water,
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgeloos zingt langs het eeuwige water
een held’re, verruk’lijk-meeslepende wijs:
‘het schip van den wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar ’t Paradijs’.
H. Marsman
Uit: Verzamelde gedichten, Querido Amsterdam 1995
-
18 mei
De wereld is een fluit met zooveel duizend monden.
En elkeen blaast zijn lied. En ’t maakt een droef geluid
waarin ik niets van eigen klank heb weergevonden.
En gij? Misschien hebt ge ook getikt aan meenge ruit
en werd ge als ik weer feestlijk wandelen gezonden.
Nochtans: ik heb gedroomd, gehoopt; en ik droeg boete.
‘k Zag de Alpen, Vlaanderen en Straatsburg aan den Rijn.
Ik heb bemind. Ik sloeg de trommel in veel stoeten.
Ik pluisde in boeken die vol oude wijsheid zijn.
Ik heb gezocht, zoo ’t kan, met handen en met voeten.
En ’t slot? Ik hield daaruit als onontvreemdbaar deel
den troost van ’t eigen lied, wanneer ik stil gezeten,
des avonds, op den hoogen berm een wijsje speel,
niet voor ’t heelal en de eeuwigheid, maar slechts voor ’t heden.
Dat maakt me een blijden dag te meer. En dat is veel.
Richard Minne
Uit: Verzamelde gedichten, Van Oorschot, Amsterdam 1978
-
17 mei
het was al dagen mistig buiten
–
en ik had steeds slecht geslapen
omdat ik aan het mantelzorgen was
toen er ineens dat moment was
op mijn vrije dag waarop ik niets hoefde
en ik midden op de dag
een serie over jeugdzorg keek
–
dat ik plots de tv uitzette
vanwege een complete stilte
de hele wereld was dood
buiten was niets meer te zien
zo alleen was ik nooit eerder
–
maar het voelde vredig en tijdloos
als toen ik een zwerm puttertjes zag
die uit een meidoornstruik vloog
bij de uiterwaarden waar ik
met mijn oude vader liep
Rinske Kegel
Gevonden op: https://meandermagazine.nl/2025/05/rinske-kegel-2/
-
16 mei
Het volmaakte
Het volmaakte geluk,
waaraan slechts duur ontbrak,
dat onvolmaakt was,
schoot door het huis, gilde,
baande zich een weg naar de deur, brak uit
en zette alles, de heldere morgen,
op ontkiemen.
Het was lente, en het was vroeg, en jij
was dan de mooiste.
Vogels zogen zich vol van de muziek
die ergens vandaan kwam.
Mark Boog
Uit: Maar zingend, Cossee, Amsterdam 2013
-
15 mei
't Jonge, lelijke eendje
Dan las ik weer van 't jonge, lelijke eendje:
eerst zwom hij blij door 't groene licht op 't water;
toen joegen ze hem weg met kwaad gesnater,
en gooide een jongen naar hem met een steentje;
toen plaste hij rond met één bevroren beentje
's nachts in een kolk; en toen ontmoette hij, later,
bij de oue vrouw, die deft'ge, wijze kater
en kipje Kortpoot met 't verbrande teentje!
En stilletjes werd 't kleine eendje groot;
en vloog eens in een meer. Daar kwamen aan,
drie zwanen, en hij zei: 'Pik me maar dood!'
en boog naar 't water; en hij zag een zwaan.
En 'k had altijd, wanneer ik 't sprookje las,
een vreemd gevoel, dat 'k zelf zo'n zwaantje was.
J.A. Dèr Mouw
Volledig dichtwerk, Amsterdam G.A. van Oorschot 1986
-
14 mei
Foto
Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.
En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.
Herman de Coninck
Uit: Met een klank van hobo, Orion 1981
-
13 mei
Halte Rijks om middernacht
Rups die kruipt en zich heeft
ingewikkeld
Nestvol doodskopvlinders
nachtvluchtklaar:
Cocon
die opengaat
Ach ach toch acherontia’s
die onwennig
flad
de
rend
door open luiken
op klokslag twaalf
de geheimen van de nacht induiken:
Squadron
Het licht kruipt waar het maar kan gaan
Lichtkogels schieten heen en weer
steeds dieper in vijandelijk gebied
Oost is Oost en West is West
and tonight the twain shall meet:
Foton
Cocon squadron foton
Cocon squadron foton
Cocon squadron foton
Cocon, cocon, cocon
Foton, foton, foton
Squadron, squadron, squadron
Stef Ouderpand,
Nagelaten gedichten, Uitgeverij Broekland, Katwijk 2025
-
12 mei
Apologie
Toen ik rooms-katholiek werd,
werd mijn haar, dat grijs begon te worden,
opeens weer donkerblond.
Mijn bloeddruk daalde,
terwijl mijn jaarinkomen van die dag af fors bleef stijgen.
Er blijven wel bezwaren,
maar bij zoveel genade moet ik wel erkennen:
de Kerk van Rome is de Ware Kerk.
Gerard Reve
Uit: Gerard Reve Verzameld Werk,
Uitgeverij L.J. Veen Amsterdam/Antwerpen, 2001