• 31 mei

    Palmentuin
    Gedreven door een kracht, sterker dan
    de haast, steek ik – hoe voelt na
    dertig jaar het mos, de rug, de zitting
    van de bank, de stam waarin gekerfd, naam
    en datum staan, – de straat over

    Een snelle blik naar binnen en ik weet:
    juist aan zo’n tuin valt te merken
    hoe het ons volk vergaat wanneer
    z’n laatste gouverneur een Hollander is geweest.

    Verloederde sfeer. Waar eens op zondagmiddag
    keurig aangeklede kinderen onder
    ouderlijk toezicht, dennappeltjes vergaarden,
    liggen nu schillen, rumflessen. Preservatieven.

    Bea Vianen
    Gevonden op:
    https://woutervanheiningen.com/2023/10/03/ademloos/

    mei 31, 2025


  • 30 mei

    Perspectief

    De dag een pas ontloken oog,
    de lucht een broodnuchter plein
    waarop één rode wolkenkolos
    van hier naar daar verstrijkt.

    Vanzelfsprekend denk ik direct
    aan Piet Mondriaan, maar hier
    is de kolos mooi afgerond, mild
    transparant ook, zonder gele rand

    en stijlloos: geen streep of stip
    of aangedikte streken dus echt
    geen kunst. Voorbij schreed hij.
    Krimp ik tot op een haar na niets

    Inge Boulonois
    In: tijdschrift Liter, jaargang 9, Boekencentrum Uitgevers, Zoetermeer 2006
    mei 30, 2025


  • 29 mei

    Bij de Rozen
    (Japansch)

    ‘Zij zijn voor sterven en vergaan geboren,’
    zoo dacht ik vluchtig toen ik bij de rozen was.
    Maar schrok, en hoorde dreunen in mijn ooren:
    wat is u zelve, ijdel mensch, beschoren,
    zoo kort als gij hier wandelt bij de rozen op het gras?

    Jan Engelman

    Uit: Tuin van Eros, Amsterdam 1932

    mei 29, 2025


  • 28 mei

    Een jonger vrouw

    In mij is een jonger vrouw dan ik
    met lichter ogen en smaller handen.
    Zij staat op kleine gespitste voeten
    door mijn ogen naar buiten te zien,
    zij kijkt naar de dagen, naar licht en naar kleuren,
    ziet alles verwonderd, ziet alles heel schoon.
    Beiden verlangen we, dat zij kon spreken,
    dat zij kon bewegen en leven en breken
    de donkere, die om haar woont.

    Ankie Peypers

    Uit: Taal en teken,
    Contact Amsterdam 1956
    mei 28, 2025


  • 27 mei

    Dat komt gewoon doordat zijn vader eens.
    gewoon omdat zijn vader in zijn jeugd.
    doordat zijn vader in zijn jeugd gewoon.
    gewoon al in zijn jeugd zijn vader toen.

    omdat zijn vader ooit eens tegen hem.
    ooit gewoon eens in zijn jeugd hem tegen.
    dat komt gewoon doordat zijn vader ooit.
    gewoon hem in zijn jeugd toen ooit al eens.

    ooit eens tegen hem en nooit zijn moeder.
    nooit zijn moeder in zijn jeugd zijn vader.
    gewoon toen tegen hem zijn moeder ooit.
    nooit eens in zijn jeugd gewoon ooit vader.

    Harry Mulisch

    Uit: De gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam 1987
    mei 27, 2025


  • 26 mei

    De Waterlelie

    Ik heb de witte water lelie lief,
    daar die zo blank is en zo stil haar kroon
    uitplooit in 't licht.

    Rijzend uit donker-koelen vijvergrond,
    heeft zij het licht gevonden en ontsloot
    toen blij het gouden hart.

    Nu rust zij peinzend op het watervlak
    en wenst niet meer...

    Frederik van Eeden


    Geciteerd in: Spektator. Jaargang 17, Dordrecht 1987-1988
    mei 26, 2025


  • 25 mei

    Een kraai bij Siena

    Hoe een kraai vliegt over de heuvels
    bij Siena: een verkreukelde zwarte lap
    boven het koperen landschap.
    Werkt zich rot, denk je van onderaf,
    met die averechtse vleugels.

    Door de kijker zijn slimme snavel,
    zijn eigenwijs hoofd: hij lapt
    het toch maar. Niet de begaafde
    vlechtwerken boven de stad
    van de zwaluwen – hij blijft een aardse

    zitter, die heeft gedacht:
    waarom zij wel verdomme? en is opgestegen
    om zich verbaasd te begeven
    naar dit veel te grote blauw.

    Hoe zich deze woorden bewegen
    ongeveer van mij naar jou.

    Willem van Toorn

    Uit: Een kraai bij Siena, Querido, Amsterdam 1979
    mei 25, 2025


  • 24 mei

    De trein staat klaar, de trein staat klaar,
    de boemeltrein naar Zwolle.
    De mensen lopen door mekaar
    en hollen, hollen, hollen.
    Tot ziens, tot ziens, dan gaan we maar,
    we zitten voor het ruitje.
    De conducteur roept: Achter klaar!
    De chef blaast op zijn fluitje.
    Is iedereen er in? We gaan!
    Maar nee, de trein blijft stokstijf staan.

    Wat is er mis? Wat is er loos?
    Het is al tien voor vieren!
    De conducteur wordt vreselijk boos
    en slaat met de portieren.
    De chef komt met een bleek gezicht
    en kijkt zo bang, verbazend!
    Weet hij misschien waaraan het ligt?
    De machinist is razend.
    Hoe komt het nou dat we niet gaan.
    en dat de trein maar stil blijft staan?

    De machinist roept: Alsjeblieft!
    Hij is toch zo geschrokken.
    Jawel de grote locomotief
    ligt helemaal in brokken.
    Kijk, hier een stuk en daar een stuk,
    zo'n gloednieuwe machine...
    Hoe kan dat nou? Een ongeluk?
    Het is om bij te grienen.
    Hoe zou dat toch gekomen zijn?
    Maar kijk, wie zit daar/ Dat is Hein.

    Hij kijkt heel zoet en braaf en lief
    maar toch wel wat beteuterd,
    hij heeft heel de locomotief
    al uit mekaar gepeuterd.
    De machinist zegt kwaad: Welja,
    dat heb je goed bekeken.
    Ga liever bij je eigen Pa
    de boel aan stukken breken.
    dat kan ik niet, zegt Heintje vlot,
    want thuis is alles al kapot.

    Dan plakt de chef van het station
    een heel groot bord op het perron:
    NAAR ZWOLLE GAAT VANDAAG GEEN TREIN
    WIJ WILLEN WEL, MAAR 'T LIGT AAN HEIN.

    HOOGACHTEND

    CHEF

    Annie MG Schmidt

    Geciteerd in: Literatuur zonder leeftijd. Jaargang 15. Biblion Uitgeverij, Den Haag 2001
    mei 24, 2025


  • 23 mei

    De maan is al boven de seringen;
    De stralen hellen de kruinen langs...
    De nachtegaal houdt zich stil van zingen
    Tot de hof verlucht staat van haar glans.

    Tot de donkere tuin als een ijle beker
    Tintelt vol licht, dofgouden wijn,
    En als slaapwandelaars onzeker
    De rozen ontwaken in den schijn...

    Ik weet niet wat ik meer moet vreezen,
    De nachtegaal met haar luide klacht,
    Of de stille maan die droomt volrezen
    Over de witte rozenpracht...

    P.C. Boutens

    Uit:Liederen van Isoude. C.A.J. van Dishoeck, Bussum 1921
    mei 23, 2025


  • 22 mei

    Berceuse presque negre

    De chimpansee doet niet mee
    Waarom doet de chimpansee niet mee
    De chimpansee
    is
    ziek van de zee
    Er gaat zoveel water in de zee
    meent de chimpansee

    Paul van Ostaijen

    Verzamelde gedichten, Prometheus / Bert Bakker, Amsterdam 1996
    mei 22, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress