• 10 juni

    Wachtende aarde

    Ik sta verloren in het wijde land
    Waar nog de grauwe grond bezond moet worden
    en waar de wind, al zingend, hand in hand
    de vlakke velden dicht aaneen wil gorden.

    ’t Oneindig land dat overal wil einden,
    maar bij het einde weer opnieuw begint,
    het is ’n water dat na elke golf weer deinde,
    het is ’t lachen van het liefste kind.

    Ik hef mijn hand op naar een naakte tak
    die zwaar en zwijgend wacht als ’t land daaronder
    op ’t ademen van een nieuw getij,
    want zonder dit zachte suiz’len van de ademtocht
    die brak door kille eenzaamheid
    kan ’t nieuwe leven geen bloesem
    en geen jonge vruchten geven.

    Elisabeth Chaussee
    Gevonden op: https://levenshorizonten.com/wp-content/uploads/2014/03/nederlandse-dichters-compl.pdf
    juni 10, 2025

  • 9 juni

    Verschijning

    Op een avond die ik mij niet herinner
    zal hij komen met een vliegerpet op,
    de tuin inlopen, een stukje dansen.

    Hij zal willen dat ik denk
    dat hij Herman Gorter is
    en ik zal dat voor hem denken,

    maar als hij in mijn oor brult:
    ‘mijn hoeden winkels en oorlog’,
    dan denk ik niets.

    De volgende ochtend zal hij verschijnen
    met een kin vol watjes
    ter ontroering

    en me aankijken
    met een theorie in zijn ogen
    maar ik denk: jij met de pet op

    en ik wij zijn dezelfde stof
    met dezelfde topsnelheid
    onder de stof en als de tijd

    wordt uitgekeerd
    bijwijze van uitkering ineens,
    maar geen seconde eerder

    zingen wij samen: ‘wake up little Suzie,
    wake up little Suzie
    you gotta go home’.

    Frank Koenegracht
    Hollands Maandblad. Jaargang 1988 Meulenhoff B.V., Amsterdam 1988
    juni 9, 2025


  • 8 juni
    juni 8, 2025


  • 7 juni

    Nacht

    De kleine maan werd door den nacht verslonden
    De sterren gingen onder in de wolken.
    Alleen, laag aan de aarde, tracht te branden
    Mijn gele lamp. In 't donker schuilen dorpen,
    Achter gesloten blinden slapen allen,
    Ik waak alleen. Waarom, als allen slapen?
    Waarom ik, die zal sterven met de andren?
    Ik teeken de karakters zonder eerbied.
    Verteren zal mijn hand die schrijft en 't blad
    Dat op zich neemt de klacht van dezen nacht.
    Het regent redeloos en droef. Vanwaar,
    Waarom en waartoe zijn mij deze reeglen
    Ontvallen ...........?

    J.J. Slauerhoff

    Verzamelde gedichten. Deel 2. A.A.M. Stols, Den Haag 1947 (tweede druk)
    juni 7, 2025

  • 6 juni

    Die Pappel am Karlsplatz

    Eine Pappel steht am Karlsplatz
    mitten in der Trümmerstadt Berlin,
    und wenn Leute gehen übern Karlsplatz, sehen sie ihr freundlich Grün.
    In dem Winter sechsundvierzig
    fror’n die Menschen, und das Holz war rar, und es fiel’n da viele Bäume,
    und es wurd’ ihr letztes Jahr.
    Doch die Pappel dort am Karlsplatz zeigt uns heute noch ihr grünes Blatt: Seid bedankt, Anwohner vom Karlsplatz, daß man sie noch immer hat.

    Berthold Brecht

    Gevonden op: https://genius.com/Bertolt-brecht-die-pappel-vom-karlsplatz-annotated
    juni 6, 2025

  • 5 juni

    Het knaapje in het bos

    Het knaapje had gelopen
    De ganse dag in 't bos;
    De slaap heeft hem bekropen
    Daar op het groene mos.

    Toen daalden uit de bomen
    De eekhorens naar beneên;
    De hazen zijn gekomen
    En dansten om hem heen;

    De dartle reetjes speelden
    Om hem in struik en riet;
    De lieve vogels kweelden
    Hun allerzoetste lied.

    Maar niemand stoorde 't knaapje
    En niemand deed hem leed,
    Tot hij, verkwikt door 't slaapje,
    Weer de ogen open deed.

    Toen zijn ze op eens verdwenen
    In 't allerdichtste geboomt;
    En 't heeft de knaap geschenen,
    Dat hij 't al had gedroomd.

    J.J.A. Goeverneur
    Uit: Prettige tijdkorting. Van Druten en Bleeker, Sneek ca. 1857
    juni 5, 2025


  • 4 juni

    Avond aan ‘t strand

    Nu is ’t of alles rusten wil,
    De hemel wijd en de duinen stil,
    En ’t dorpje in ‘t duin gezeten,
    Wat nestjes bruin, ‘t kerkje in hun schoot,
    En wat venstertjes blozend nog van rood,
    Door zonne in ‘t west vergeten.

    En naast de duinen de grote zee,
    Zo droomrig loom of zij zachtjes mee
    Wil slapen en niet meer zingen;
    Haar scheepjes, gevlijd op hun schaduw, dicht
    Aan ‘t strand, veel bruine rankheid in ‘t licht,
    Dat laatst uit de kim komt dringen.

    Door het domm’len en dromen gaat
    Een even herleven: kindergepraat,
    Hoog - en dan weg, een geklater
    Van rijke blijheid, die nog eens laat
    Klinken goudklankjes door ‘t avondlaat...
    Als een lach door de scheemring gaat er.

    Stil en stiller, lomer, loom...
    Duinen vaag in het dauwgedoom,
    Dorpje met lichte blode;
    Kloppende klompjes dof in de straat...
    - Over heel het natuurgelaat
    Rust: de dag is gevloden.

    Marie Boddaert
    Gevonden op: www.gedichten.nl
    juni 4, 2025

  • 3 juni

    Ik ging eens om een broodje

    Ik ging eens om een broodje,
    De bakker was niet thuis,
    en toen de bakker niet thuis was,
    ging ik weer naar huis.

    Ik ging eens naar de mensen
    en sprak ze allen aan,
    al ken ik vele talen,
    geen mens heeft mij verstaan.

    Ik ging naar alle deuren,
    waar ’t venster was verlicht,
    zo hard kon ik niet kloppen,
    of elke deur bleef dicht.

    Ik ging eens naar een kamer,
    waar ik me welkom wist,
    de deur bleef afgesloten,
    ik had me dus vergist.

    Ik ging naar alle boeken
    en vroeg ze alle raad,
    maar geen dat mij kon zeggen,
    wat niet geschreven staat.

    Ik ben toch eens geboren
    en ga dus ook eens dood,
    zolang ik nog moet leven,
    ga ik maar steeds om brood.

    Is de poort open?

    Dop Bles

    Uit: Parijsche verzen. C.A.J. van Dishoeck, Bussum 1923
    juni 3, 2025

  • 2 juni

    Een kinderspiegel

    'Als ik oud word neem ik blonde krullen
    ik neem geen spataders, geen onderkin,
    en als ik rimpels krijg omdat ik vijftig ben
    dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
    alleen wat kraaiepootjes om mijn ogen.

    Ik ga nooit liegen of bedriegen, waarom zou ik
    en niemand gaat ooit liegen tegen mij.
    Ik neem niet van die vieze vette
    grijze pieken en ik ga zeker ook niet
    stinken uit mijn mond.

    Ik neem een hond drie poezen en een geit
    die binnen mag, dat is gezellig,
    de keutels kunnen mij niet schelen.
    De poezen mogen in mijn bed
    de hond gaat op het kleedje.

    Ik neem ook hele leuke planten met veel bloemen
    niet van die saaie sprieten en geen luis, of zoiets raars.
    Ik neem een hele lieve man die tamelijk beroemd is
    de hele dag en ook de hele nacht
    blijven wij als maar bij elkaar.'

    Judith Herzberg

    Uit: 'Strijklicht', 1971.

    juni 2, 2025


  • 1 juni

    Je bent niet al te serieus, met zeventien.
    Een mooie avond. Bier noch fris meer ingenomen!
    Weg van 't cafélawaai, en luchters bovendien!
    Je slentert door de laan met groene lindebomen.

    O mooie juninachten met je lindengeur!
    De lucht is soms zo mild, je laat je ogen luiken.
    De wind, vol van geluid - de stad is naast de deur -
    draagt wingerdgeuren aan, en laat een bierlucht ruiken.

    Arthur Rimbaud
    Vertaling: Jan Kal
    In: De Tweede Ronde. Jaargang 13. Bert Bakker, Amsterdam 1992
    juni 1, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress