• 20 juni

    Voorjaar voor gevorderden (fragment)

    Ik wil wel luisteren met jou
    naar de bronstbrul van de kikkers
    door de kragen woelen, visjes vangen
    dril scheppen
    Dat zeg ik je
    en dan wil jij
    eigenlijk ook wel eens wat zeggen
    of ik weet dat de wetenschap
    inmiddels in staat is
    - precies zo zeg je het -
    ‘inmiddels in staat is’
    kikkers te laten zweven
    Zozo denk ik
    (in naam van alle zwevende kikkers in de wereld)
    Zozo
    Laten we nu dan maar naar huis gaan
    gaan we samen in de tuin staan
    Kijken naar de seringen
    waar we het tenminste over eens zijn
    Laten we ze maar klein houden met z’n tweeën
    of er een tuinman bijhalen als het moet.

    Geen geblaat meer in de weiden
    Gewoon de tuin. Thuis. Een klompje
    aan de schutting met een geranium erin
    en – vooruit – een klein kaboutertje
    in het kortgemaaide gras
    En dan straks op onze Hartmanstoelen
    schateren om de kastanje.

    Dagen achtereen.

    Stef Ouderpand
    Nagelaten gedichten, Uitgeverij Broekland, Katwijk 2025
    juni 20, 2025


  • 19 juni

    Mission statement

    Klein en geslepen wil ik leven,
    een moerasplant die slechts groeit
    op weinig licht en zieke lucht.

    Ik wens geen verantwoordelijk werk
    maar wel kantines vol kroketten
    die mij statig uit doen dijen.

    En koffie. Liters slappe koffie
    tot ik bleek zie als een vis
    en nodig op vakantie moet.

    Ik wil een alg zijn,
    even onbekend als onbekeken
    traag vergroeien met bureau en stoel.

    Ingmar Heytze

    Gevonden op: https://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/24103.html
    juni 19, 2025


  • 18 juni

    Hoofdletter

    ik was een hoofdletter
    en dacht dat alles na mij
    vanzelf wel mee zou vallen

    ik stond altijd vooraan in de rij
    was overal als eerste bij, stak
    schouderkoppen boven alles uit

    zinnen sleepten, streepten, schraapten
    het verhaal stokstijf, gestopt
    waar ik pas net begonnen was

    zonder stenenstoet geen domino
    hoe hard de eerste zet ook is
    leer vallen met de rest

    Jasmijn Lobik
    Gevonden op: https://www.poetryinternational.com/nl/poets-poems/poems/poem/103-30858_Hoofdletter
    juni 18, 2025


  • 17 juni

    Nachtdieren

    Ik streek de plooitjes op mijn benen glad
    woonde bij je in
    als een hartslag

    als we de lat niet te hoog legden
    waren we best gelukkig
    aten om de dag wortels om gezond te blijven
    zo compenseerden we het gebrek aan daglicht

    als iedereen sliep haalde je Dostojevski en whisky tevoorschijn

    ’s nachts ontwikkelden we op onze knieën foto’s
    in een kleine badkamer, alsof we een gebed opzeiden
    de beelden gaven je precies genoeg afstand
    om van mensen te houden

    Kira Wuck

    Uit: De zee heeft honger, Podium, Amsterdam 2018
    juni 17, 2025

  • 16 juni

    Het huis herinnert zich mij

    Het huis herinnert zich mij.
    Hier heb ik lopen geleerd.
    In deze kamer begon
    de aanloop die eindigde in
    een ontzettende sprong.

    Hier is de keuken ontdaan
    van gestapelde vaat en gerei.
    Bij deze kraan waste ik mij.
    Stram van ouderdom staan
    tafel en stoel in hun recht.
    Mat en zeil zijn al lang
    aan elkaar gehecht.

    De trap naar de zolder leeft op
    als ik mijn voet erop zet.
    Behaaglijk kraakt elke tree:
    naar boven m'n kind en naar bed.

    En het bed, eens zo groot als een boot
    waar ik mij stuurman op wist,
    is nu zo groot als het is:
    een deken of aardappelkist.
    De golvende zee van destijds:
    een gebeitste vloer, 3 x 5.
    Op planken gerangschikt verdraagt
    speelgoed van vroeger
    dat er geen kind meer naar vraagt.

    Terug beneden besluipt
    het verleden mij. Op de gang
    haalt het mij onderuit.
    Kruipend bereik ik het honk.
    Het is donker. De kachel is uit.
    Het huis is zijn kamers de baas.

    Wat is geweest ben ik kwijt:
    volgorde, samenhang, plaats.
    Alles waarop ik vannacht
    op mijn tocht ben gestuit
    bracht mij verder van huis.
    Hoe langer ik terugkijk hoe
    strakker de knoop van de tijd.

    Neeltje Maria Min

    Uit: Kindsbeen, De Bezige Bij, Amsterdam 1995
    juni 16, 2025


  • 15 juni
    juni 15, 2025


  • 14 juni

    KV 595

    Geluk om een uitzicht dat bleef, hoe
    ook bedreigd, meer kan er niet zijn,
    nooit, leven is hopen ten einde toe,
    ochtend als het nauwelijks avond schijnt.
    De violen leggen een vragende lijn
    uit, de piano antwoordt: zo is het goed,-
    maar wees voorzichtig met zekerheid,
    verlangen kan nooit tegen overmoed.
    Heeft Mozart dit willen zeggen, kort
    voor zijn hart niet meer zingen kon?
    Hij zal het zelf niet hebben geweten.
    Hij zag misschien een verte waarin licht
    volkomen klank werd en deed zijn ogen dicht
    om het nooit meer te kunnen vergeten.

    Gabriël Smit

    Uit: Evenbeeld, Ambo Anthos, Amsterdam 1981
    juni 14, 2025


  • 13 juni

    Ziekenbezoek

    Mijn vader had een lang uur zitten zwijgen bij mijn bed.
    Toen hij zijn hoed had opgezet
    zei ik, nou, dit gesprek
    is makkelijk te resumeren.
    Nee, zei hij, nee toch niet,
    je moet het maar eens proberen.

    Judith Herzberg

    Uit: Beemdgras, Van Oorschot, Amsterdam 1968

    juni 13, 2025


  • 12 juni

    <<Hardop voorlezen!>>

    Hongaarse rhapsodie

    (Rika Csardas)

    Aszich vamme werc komcseggic
    szunne menou
    rika, rika
    laane menou.
    Evve nochwa tetegec kerd
    toenoula melos
    mal legec, mal legec
    toenoula melos

    Em ma proppe, etep proppe
    em ma szechela melos
    tottic nedde crantep emme
    leckurre segret, danszeg tse
    kanapee, kanapee
    toenoutyn ustoe

    Aszick csavus im melyche mostap
    seggictoe
    rika, rika
    laane menou
    Evva nochwa pittetyn us
    toenoula melos
    szotterick, szotterick,
    toenoula melos

    Em ma pitte, maffup pitte
    Em ma szèchela melos,
    Tottic evvelec kursellef
    Noggetuc kydoe, danszeg tse
    szoe menou, szoe menou,
    toenoutyn ustoe.

    J.M.W. Scheltema

    uit: Chansons, gedichten en studentenliederen Van Oorschot, Amsterdam 1948
    juni 12, 2025


  • 11 juni

    Melkknecht

    Hij legt het spantouw om de poten van het beest,
    zet zich neer op het melkblok, plaatst de emmer
    onder de uier en omvat de memmen,
    waarna de eerste melkstraal op de bodem sjeest.

    Toegevend herkauwt ogendicht het beest.
    Vliegen verslinden onderwijl zijn huid.
    Met ’n luie staartzwaai is het al weer uit.
    Naast melk en huid heeft hij geduld het meest.

    En in de emmer rijst het zachte feest
    van zingend schuim op witte overvloed.
    Het is vandaag weer goed en veel geweest.
    Hij geeft zich prijs zoals een dichter doet.

    Gerrit Achterberg
    Uit: Sintels, Bayard Press, Bussum, 1944
    juni 11, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress