30 juni
Zomer
Ineens die drie maanden
met alleen maar droogte.
De cipressen met hun rosse borstels.
De witte schorpioen zonder venijn.
Een zomer van verbrand papier.
De natuur blijft snateren
terwijl ik rot.
Toen kwam jij
en sindsdien kom ik
handen en ogen tekort
met mijn mond vol tanden.
Hugo Claus
Uit: Ik schrijf je neer, Bezige Bij, Amsterdam 2002
-
-
29 juni
Zomeravond
(Naar het Portugees)
Kindje, slaap maar, kindje,
't was ook zo warm deze dag.
In de schemer
zit nu een kleine egel
met zijn mooie stekels
eenzaam in het gras.
Het gras wacht op regen.
Geen takje beweegt er.
Luister naar de merel,
hoog op ons dak.
Avond vol verlangen.
De maan maakt zich klaar voor de nacht.
In de avondschemer
komt strakjes onze egel
nog een egel tegen,
liefkoost haar vacht.
Van ver wordt de merel
antwoord gegeven.
Morgen komt de regen
waar het gras op wacht.
Kindje, slaap maar, kindje,
in de avondschemer.
Hebt al slaap gekregen.
Slaap maar mijn schat.
Willem Wilmink
uit: Verzamelde liedjes en gedichten, Prometheus, Amsterdam 2017
-
28 juni
Het leven in juni
Om mij heen is alles luidkeels in leven
de boer op zijn maaier, blatende schapen
in de esdoorn een zwartkop die roept
om een vrouwtje, uit bloemkelken klinkt
het geronk van een bij.
En ik leef ook maar moet dat zelf zeggen
want niets van al wat ik waarneem noemt mij.
Zoals je met vrienden wel praat over vroeger:
We waren aan zee, in een tent, heel gelukkig –
vraagt iemand: was jij daarbij?
Dus ben ik alleen in de tuin in de wereld
en om mij heen ademt alles en in huis
zit een man. Dit is het leven, schrijft hij,
deze ochtend in juni, de zwartkop zingt
en in de tuin zit zij.
Marjoleine de Vos
In:Tirade. Jaargang 51 G.A. van Oorschot, Amsterdam 2007
-
27 juni
Genade en gezag
Dit is niet wat je denkt. Het zonlicht prikkelt, stemt tot
vrolijkheid. Lucht en wolken als bij toverslag. Wetten.
Geen benul van deze schaalvergroting, de raadsels, wie
de verkeerde route wijst, het lachend op een lopen zet.
Het hart blijft kloppen. Regelmatig. De uren beklijven,
verstrijken, dienen als ijkpunt, als voorbereiding, lopen
vol, zoals bekend. Vergelijkbare vormen razen voorbij,
groots, talrijk, een straat kent hoeken, lijnen, een straat
is een verlenging, een openbaar gangpad — ten einde
voor je het weet. Doorgestoken kaart. Dagen achtereen.
Alfred Schaffer
Uit: Definities en halucinaties, Bezige Bij, Amsterdam 2003
-
26 juni
Er moeten mensen zijn
Er moeten mensen zijn
die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.
Mensen die zomervliegers oplaten
als het ijzig wintert,
en die confetti strooien
tussen de sneeuwvlokken.
Die mensen moeten er zijn.
Er moeten mensen zijn
die aan de uitgang van het kerkhof
ijsjes verkopen,
en op de puinhopen
mondharmonica spelen.
Er moeten mensen zijn,
die op hun stoelen gaan staan,
om sterren op te hangen
in de mist.
Die lente maken
van gevallen bladeren,
en van gevallen schaduw,
licht.
Er moeten mensen zijn,
die ons verwarmen
en die in een wolkeloze hemel
toch in de wolken zijn
zo hoog
ze springen touwtje
langs de regenboog
als iemand heeft gezegd:
kom maar in mijn armen
Bij dat soort mensen wil ik horen
Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
Er moeten mensen zijn
die op het grijze asfalt
in grote witte letters
LIEFDE verven
Mensen die namen kerven
in een boom
vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn
die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien
naar het eerste lenteblauw
omdat ze bang zijn
voor de bloemen
en bang zijn voor:
ik hou van jou
Ja,
er moeten mensen zijn
met tranen
als zilveren kralen
die stralen in het donker
en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt
op kousenvoeten
Weet je,
er moeten mensen zijn,
die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst
van mooiigheid
Ze roepen van de daken
dat er liefde is
en wonder
als al die anderen schreeuwen:
alles heeft geen zin
dan blijven zij roepen:
neen, de wereld gaat niet onder
en zij zien in ieder einde
weer een nieuw begin
Zij zijn een beetje clown,
eerst het hart
en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu
i love you in het zand
omdat ze zo gigantisch
in het leven opgaan
en vallen
en vallen
en vallen
en OPSTAAN
Bij dát soort mensen wil ik horen
die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
de muziek gaat DOOR
de muziek gaat DOOR
en DOOR
Toon Hermans
Gevonden op:
https://mensontwikkeling.nl/inspiratie/gedicht-er-moeten-mensen-zijn-toon-hermans/
-
25 juni
Het tuinfeest
De Juni-avond opent een hoog licht
Boven de vijver, maar rond om de helle
Lamp-lichte tafel in het grasveld zwellen
De boomen langzaam hun groen donker dicht.
Wij, aan 't dessert, eenzelvige rebellen,
Ontveinzen 't in ons mijmerend gedicht,
Om niet, nu 't uur eind'lijk naar weemoed zwicht,
Elkanders kort geluk teleur te stellen.
Ginds, aan de overkant, gaan reeds gitaren,
En lampions, en zacht-plassende riemen,
Langzaam over verdronken sterren varen—
Zij zingen, nijgen naar elkaar en kussen,
Geenszins om liefde, maar om de sublieme
Momenten en het sentiment daartusschen.
Martinus Nijhoff
Uit: Verzamelde gedichten, Bert Bakker, Amsterdam 2001
-
24 juni
Zomerloomheid
Nog deze morgen, in de blauwe koelte
Der schaduw, heb ik 't leven zeer bemind;
Nu ben ik overmand van zorg en zoelte
In het vermoeiend spel van zon en wind.
Een ledige van daden en van dromen,
Een mens voor wie niet anders meer bestaat
Dan ' t zwatelen der blaren aan de bomen,
En' t stof, dat warrelt langs de droge straat.
Wat blijft Voor de vermoeide van dit dolen,
In wie de felle stem der aarde zwijgt,
Tenzij die éne drang, die diep-verholen
Naar dauw, gelatenheid en avond hijgt?
J.C. Bloem
Uit: Verzamelde gedichten, Amsterdam, Athenaeum - Polak Van Gennep, 1974
-
23 juni
Zomer
Ik zat waar zon op 't warme water scheen
En gele bloemen bloeiden aan de kant;
Het grazend vee ging door de weiden heen,
De zomerlucht hing walmend over 't land.
De wilgen waren zilverbleek en stil
Voor 't stralend blauw, van wolk en nevel vrij;
Een glazenmaker vloog, met lichtgetril
Op 't parelmoerig vleugelgaas, voorbij.
De schuwe vissen, in 't koeldonker diep,
Verschoten snel, of stonden lang op wacht,
Waar d'aarde zich, in beeld, nog schoner schiep,
Dromend de zomerdroom van eigen pracht.
En over 't hooiland, waar een wagen stond
Met vers-groen gras te geuren in de zon,
En verder waar het drachtig korenblond
Met brede golving boog ten horizon,
Tot waar een scheem'rend bos zich flauw verhief,
De wereld wegsmolt in der hemelen gloed,
Dreef mijn gedacht, hoe schoon de dag was, lief
Uw schone ziel verlangend tegemoet.
Frans Bastiaanse
Gevonden op: https://www.gedichten.nl/nedermap/po%C3%ABzie/po%C3%ABzie/184187.html
-
22 juni
Voor de zomerregen
Er is aan 't park met al zijn groen ineens
iets dat zich niet benoemen laat ontnomen;
je voelt de bui al die eraan gaat komen,
die zwijgt aan 't raam. In 't laaghout klinkt alleen
indringend luid een fluitende pluvier
die denken doet aan een wereldverzaker:
zozeer stijgt eenzaamheid en ijver hier
op uit de stem van deze regenmaker.
De wanden van de zaal zijn teruggeweken
met al hun schilderijen, alsof zij
niet mogen weten waar wij over spreken.
Verbleekte kleden spiegelen het vage,
onzekere namiddaglicht dat wij
als kind nooit zagen zonder onbehagen.
Rainer Maria Rilke
(vertaald door Peter Verstegen)
In: De Tweede Ronde. Jaargang 16. G.A. van Oorschot, Amsterdam 1995
-
21 juni
Current biology
Zo hangt er toch nog een moraal
Aan het verhaal over de mezen
In de steden; alleen de hoogste tonen
overleven, dat vond de wetenschap.
Voor meer en tere vogels is dus
stilte nodig, lawaai verschraalt.
Bezetenen die zoiets meten
zijn dierbaarder, als soort, en
zeldzamer. Hangen ze microfoontjes
in de bomen? En vullen ze dan ’s avonds
In luide steden lijsten in?
En worden ze niet uitgelachen
zo toegewijd aan wat, vergeleken
met research naar leeuwen en gorilla’s
een kleinigheid kan lijken?
Waar huizen zulke onderzoekers zelf?
Worden hun zoontjes op het schoolplein
In de stad veracht als ze bekennen:
‘mijn pappa meet het geluid van mezen’
ach had toch maar op hoge toon gelogen:
‘O die? Op olifantenjacht.’
Judith Herzberg
Uit: Het vrolijkt, De Harmonie, Amsterdam 2008