20 juli
Groeten uit Griekenland
Dag Mien, dag schat, en ben ik in Athene
en heb ik in de plakka kreeft gegeten
en dat bij god vannacht ook wél geweten.
De plee vol kakkerlakken op me tenen.
Er valt hier niets te zien als stomme stenen
en word je door de muggen opgevreten
en daarna door de vliegen zwart gescheten
en door de zon vet schizofreen geschenen.
Ik heb me nog een koeros aangeschaft,
een oeros met een k ervoor, een grote,
als je n’m ziet denk je echt van marmer.
Wel afgedongen, zeg maar afgeblaft.
Maar voor de rest vind ik de oudheid klote.
En morgen, lieve Mien, wordt het nóg warmer.
Frédéric Bastet
Uit: Kwadraat en cirkel, Conserve, Groet, 2007
-
-
19 juli
De papegaai
Ik ben Charlottes papegaai
en zit hier in gouache gekooid
voor iedereen die mij al jaren
kent van de fietsenmakerij
achter haar atelier. Ik heb
een naam, die doet er nu niet toe,
ik buig mij voor mijn kooi en denk
aan wat ik heb gehoord, de pech
van lekke band of remdefect,
wat mensen overkomt.
Mijn baas doet 's nachts de doek
om mij wat rust te gunnen, dat ik
niet aldoor het heelal voel wegen
op mijn gevleugeld schouderpaar.
Dit ben ik, een verfstreek in de
eeuwigheid, een opmaat voor het al.
Tom van Deel
Uit: Boven de koude steen Querido, Amsterdam 2007
-
18 juli
Verdeeld
Gister gelopen onder de spoorbrug door,
driemaal de zon voorbij met het nieuwe kind,
tot waar je de autoweg ziet.
Hoe je verdeeld raakt, op-
gedeeld over steeds meer leven,
zoals de zon op drie plassen, over drie bruggen,
driemaal gevangen in mist, uitgerekt in water,
onderging achter ons, voor ons.
Vuurtje gestookt in een krant
onder de spoorbrug maar niet
meer kind geworden daardoor,
ouder hooguit, aan de randen
aangevreten, onleesbaar.
Zij in de wagen werd blauwig. Haar daarom even
opgepakt, haar tegen haar
gestaan. Neergelegd, terug
gegaan als altijd, iets later
misschien. Nergens meer gestopt.
Eva Gerlach
Uit: Het gedicht gebeurt nu
Arbeiderspers, Amsterdam 2010
-
17 juli
Judith Nieken
Tekst op huisdeur
-
16 juli
Zomer
Ik zat waar zon op 't warme water scheen
En gele bloemen bloeiden aan de kant;
Het grazend vee ging door de weiden heen,
De zomerlucht hing walmend over 't land.
De wilgen waren zilverbleek en stil
Voor 't stralend blauw, van wolk en nevel vrij;
Een glazenmaker vloog, met lichtgetril
Op 't parelmoerig vleugelgaas, voorbij.
De schuwe vissen, in 't koeldonker diep,
Verschoten snel, of stonden lang op wacht,
Waar d'aarde zich, in beeld, nog schoner schiep,
Dromend de zomerdroom van eigen pracht.
En over 't hooiland, waar een wagen stond
Met vers-groen gras te geuren in de zon,
En verder waar het drachtig korenblond
Met brede golving boog ten horizon,
Tot waar een scheem'rend bos zich flauw verhief,
De wereld wegsmolt in der hemelen gloed,
Dreef mijn gedacht, hoe schoon de dag was, lief
Uw schone ziel verlangend tegemoet.
Frans Bastiaanse
In: Groot Nederland, Van Holkema & Warendorf, Amsterdam 1904
-
15 juli
Beknopte levensloop
Wie niet ter wereld komt, heeft niets verloren,
zit in een boom in het heelal en lacht.
Maar ik ben indertijd als kind geboren -
niet op verdacht.
De school, waar mij dagdromen parten speelden,
kostte sindsdien mij vrijwel al mijn tijd.
Ik was als leerling in één woord voorbeeldig.
Waarom toch, vraag ik me nòg af, vol spijt.
Toen, als vakantie, kwam de wereldoorlog,
die ik uitdiende als artillerist.
De wereld bloedde dood, maar vocht lang door nog.
Ik bleef in leven. Hoe? Een raadsel is 't.
Erich Kästner
Vertaald door Paul van den Hout
In: tijdschrift De tweede ronde, Van Oorschot, Amsterdam 1999
-
14 juli
Quatorze juillet
Enfant toute en tulle,
Qui, à pas de loup,
Me suiviez crédule
- Concerts Pasdeloup -,
Oh! je vois encore,
Et presque attendri,
Ce grand tricolore
Me servant de lit
Après la querelle
Du premier baiser,
Rue de Grenelle
Cinq, sous le clocher,
Où nous vous aimâmes
- Quatorze juillet -
Avec beaucoup d'âme...
Mais non sans effet.
Victor E. van Vriesland
Uit: Verzamelde gedichten. Querido, Amsterdam 1968
-
13 juli

Marc Tritsmans
Gedicht op station Venlo
-
12 juli
Ergens moet het zijn
ergens moet het zijn
een soort verwilderde tuin
van oude stilte
de boom voor het huis
zacht wazelt hij zijn verhaal
niemand begrijpt het
het heeft geregend
de tuin dampt goede geuren
aarde die verlangt
J.C. Schagen
Uit: 'Ik ga maar en ben'
Van Oorschot, Amsterdam 1972
-
11 juli
Zomers van toen,
zijn groener en warmer,
zomers van nu
zijn een tikkeltje armer.
Maar straks zijn de zomers
van nu net zo groen
en zo warm, want dan zijn het
de zomers van toen
Toon Hermans
(gevonden op https://openluchttheaterthorn.nl/events/zomer-van-toen/)