• 30 juli

    Sonnet 18

    Zal ik je met een zomerdag vergelijken?
    Veel zachter en veel zonniger ben jij.
    Te snel weer moet de tijd van zomer wijken;
    De wind striemt soms de bloesems al in mei.

    Het hemeloog kan soms verblindend zijn,
    En dikwijls is zijn schijn van korte duur,
    Waardoor de glans van schoonheid weer verdwijnt
    Door 't lot of door de loop van de natuur.

    Jouw zomer zal voor eeuwig zomer blijven,
    En nooit jouw pracht verloren laten gaan;
    De dood zal jou niet in zijn schaduw krijgen,
    Wanneer jij in mijn zinnen blijft bestaan.

    Zolang als er nog iemand leest en leeft,
    Zolang leeft ook de zin die leven geeft.

    William Shakespeare
    (Vertaling: Arie van der Krogt)

    Gevonden op: https://www.poezie-leestafel.info/shakespeare/sonnet-18
    juli 30, 2025


  • 29 juli

    Kreta

    Zee lag stiller onder sterrennacht
    Dan een gulden vlies, een zilveren vacht.
    Iedre windvlaag scheen voorgoed te luwen.
    't Zware schip kon zich niet verder stuwen
    In het weerstandlooze, ijle klare,
    En het eiland kwam voorbijgevaren.

    Of het een stil schip was, diep gezonken,
    Welks topzeilen in het maanlicht blonken,
    Schoven zijn besneeuwde toppen zacht
    Langs de verre wouden van den nacht,
    Door den manekring en sterrenzwermen
    Meegetroond, ontvreemd van kust en bergen,

    Even streng gescheiden en ontheven
    Als mijn grondloos droomen van mijn leven.

    J.J. Slauerhoff
    Uit: Verzamelde gedichten. Deel 2. A.A.M. Stols, Den Haag 1947
    juli 29, 2025


  • 28 juli

    Je bewoont al jaren

    Je bewoont al jaren
    alle kamers in mijn hoofd.
    Het lukt maar niet
    je te verdrijven.

    Ik heb er andere namen
    in gestopt, maar geen
    wil zo beklijven
    als die van jou.

    Ik vind hem terug in het
    merk kleren dat ik koop,
    je speelt mee in alle
    films die ik zie

    en zo vaak roept iemand je
    op straat dat ik
    me afvraag hoe het kan
    dat je uniek bent
    en toch zo gangbaar.

    Je speelt denk ik niet
    in films, en mijn hoofd
    bewonen doe je zeker niet.
    Was het maar waar. Je woont

    ergens in een huisje aan zee
    en tuurt daar uit het raam.
    Je wacht. Op mij. Maar
    je vergat mijn naam.

    Hagar Peeters

    Uit: Genoeg gedicht over de liefde vandaag,
    Podium, Amsterdam 1999

    juli 28, 2025


  • 27 juli

    Acrostichon

    Reik hem de lauwerkrans. De honden huilen.
    Eeuwen te laat is aan de eer voldaan.
    Maak ’t standbeeld hóog, dat zij het niet bevuilen.
    Bijt, blafferts, in uw eigen domheidswaan.
    Raak met uw muilen de andere niet aan.
    Als overmande mocht hij in haar schuilen.
    Nu zal het nageslacht de kunst verstaan
    De schilder voor zijn bijslaap in te ruilen.
    Sluit Saskia niet uit, de eerste, die
    Achter dit jagen door de tijd ontwaakte.
    Stierf ook de zoon? Wat leefde in die drie
    Kind’ren der fantasie, de trots van wie
    In uiterste ootmoed ied’re uitvaart wraakte,
    Adem van vormen die de schilder maakte?

    Simon Vestdijk
    Gevonden op: https://vestdijk.com/gedichten/
    juli 27, 2025


  • 26 juli

    (De Lorelei)

    Ik weet niet wat het betekent
    Dat ik zo treurig ben;
    Een sprookje van lang geleden,
    Dat maalt maar steeds door mijn brein.

    De lucht is koel en het donkert,
    En rustig stroomt de Rijn;
    Zie hoe de bergtop flonkert
    In de avondzonneschijn.

    De schone jonkvrouw zit er
    Daarboven stralend bij,
    Haar gouden opschik schittert,
    Haar gouden haar kamt zij.

    Ze kamt haar haren zingend,
    Al met een gouden kam;
    De melodie is dwingend
    En wonderlijk aangenaam.

    Een scheepje nadert - de schipper,
    Of hem wilde weemoed bevloog,
    Kijkt niet meer naar de klippen,
    Hij kijkt alleen nog omhoog.

    Ik meen dat tenslotte de schipper
    Met zijn bootje is vergaan;
    En dat heeft met haar zingen
    De Lorelei gedaan.

    Heinrich Heine
    Vertaling: Marko Fondse en Peter Verstegen

    In: De Tweede Ronde, Bert Bakker, Amsterdam 1982


    juli 26, 2025


  • 25 juli

    Wat vrijheid is
    Wat vrijheid is leerde ik van een oom die in vee handelde.
    Na zijn vijftigste kreeg hij een vriendin.

    Zij had evenveel verstand van koeien als hij.
    Soms namen ze een dag vrij.

    Ze noemden dat vakantie.
    Ze bezochten dan een veemarkt.

    Wim Brands

    Uit: 's Middags zwem ik in de Noordzee
    Nieuw Amsterdam 2016.
    juli 25, 2025


  • 24 juli

    Vakantie

    Geef mij de sfeer van havens
    de zoute lucht van zee
    witgeklede matrozen
    van wie ik verder niets weet

    draaiing van geslagen touwen
    gummi piepend tussen wal en schip
    opgedroogde wieren op de kade
    wespen langs een lijn vol vis

    Ik leng anijsdrank aan met water
    spuw de deksels van een pit
    mompel in de zon iets Grieks

    Geeft niet waar ik nog moet wezen
    vandaag leef ik en hoef niks

    Diana Ozon
    Uit: 'Bronwater', Uitgeverij Passage, Groningen 2005.
    juli 24, 2025


  • 23 juli

    Spleen

    Ik zit mij voor het vensterglas
    onnoemlijk te vervelen.
    Ik wou dat ik twee hondjes was,
    dan kon ik samen spelen

    Godfried Bomans

    (ingewikkelde bron, zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Spleen)
    juli 23, 2025


  • 22 juli

    appelboompjes
    Op een recht, zwart kousenbeen,
    dunne rokjes opgeheven,
    dansend in de vroege regen
    en de tuin voor zich alleen,

    staan twee jonge appelbomen,
    't witte bloed omhooggestegen,
    vlinder-hoofden wijd omgeven
    door hun aller-eerste dromen.

    Met hun smalle voet in 't gras,
    ingetogener en lomer
    staan zij later in de zomer
    na te peinzen hoe het was.

    Voller wordend met de dagen,
    vastgegroeid in 't ogenblik,
    bestemd, mijn zustertjes, - als ik -
    te wortelen, rijpen en vrucht te dragen.

    M. Vasalis

    Uit: 'De vogel Phoenix', A.A.M. Stols, Den Haag 1947.
    juli 22, 2025


  • 21 juli

    Bij de prelude opus 32 nr. 13 Sergei Rachmaninov

    Een olifant ontwaakt in zijn hiernamaals van ivoren toetsen –
    slagtanden getemd maar welk ondier wil ooit leren
    musiceren? En ook van nature fijnzinnig trillende rimboebomen–

    zijn, omgehakt, als lijk, met hoogglans gelakt, diep in hun pit
    tegen elke dressuur gekant. Ik ben gewaarschuwd:
    op het balkon, achter ’t glas, staart de stekelpalm me aan–

    zij vreest een volgend leven als preludepartituur.–

    Hoe dan haar trots vlijmende, alle uitlaatgassen tartende blad,–
    gepletwalst tot sneeuwig platitudepapier, doorkruist door lijnen–
    van gespannen prikkeldraad vol zwarte torrendrek en dode–

    vliegen vastgekleefd aan Sergei’s suikerplak, verdwarrelen moet–

    boven de straten van een immense, harteloze stad.
    Ver weg kerkklokken in de toendra, naaldbomen vallen.
    Of sneeuwberken? Wij nemen een ijsje met slagroom–

    en koffielikeur. Zelf denk ik geregeld aan planken vloeren
    zwaar genoeg om meerdere kolossen overheen te laten klossen.
    Of een schuimbad, op laag water. Grafkist voor muziek?–

    En dan, veel brokken in de keel, slurfsgewijs de rode serre uit.

    Anneke Brassinga

    Uit: Verborgen tuinen, De Bezige Bij, Amsterdam 2019
    juli 21, 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Designed with WordPress